Sillekens, Mathieu


Herinnering aan
MATHIEU LAMBERT JOSEPH MARIE SILLEKENS

Geboren te Leveroy-Heythuysen 10 maart 1948, overleden in het ziekenhuis te Weert 14 februari 1970, begraven op het kerkhof van Leveroy 18 februari d.a.v.

Het leven van Tjeu Sillekens was geen gemakkelijk leven. Hij heeft ’t zich zelf ook niet gemakkelijk willen maken. Harder dan de meeste anderen heeft hij moeten werken om een plaats in de maatschappij te kunnen vinden. Hoe blij was hij toen hij eindelijk zover was, dat hij zoals de anderen zijn kost met werken kon verdienen.

Hij paste zich overal gemakkelijk aan en was prettig in de omgang. Intens leefde hij mee met thuis, met alles wat daar op ’t ouderlijk bedrijf gebeurde, met zijn vrienden op school en zijn collega’s op ’t werk.

Al hoorde hij slecht, hij was een des te scherper waarnemer. Hij begreep daarom snel en doorzag veel. Voor alles en voor iedereen had hij belangstelling. Hij zou niet gauw een vriend of goede kennis vergeten; en hij had er velen.

Was zijn leven eigenlijk niet volop geslaagd, al was hem maar goed 21 jaar gegeven? Hoefde hij maar de proef van trouw af te leggen, waar van anderen volharding ten einde toe gevraagd wordt?

Wie zal echter durven proberen Gods raadsbesluit in zijn leven te doorgronden? Bidden we, dat zijn diep bedroefde ouders, die voor hun kind alles geofferd hebben wat ze konden, in geloof kunnen zeggen: „De Heer geeft, de Heer neemt”. Wanneer men de eeuwigheid er bij betrekt (en dat moeten gelovigen toch doen) dan kan men zeggen: De Heer geeft, de Heer neemt, om tenslotte wat meer te geven. Dan gebeuren de wonderverhalen van het evangelie opnieuw. Dan zegt Jezus: „Jongen, Ik zeg je, sta op”. Terwijl wij nog in het dieptepunt van menselijk lijden staan, gaat hij hand in hand met zijn broer en met andere goede vrienden de paradijselijke tuin binnen. Zou hij ons nu niet willen zeggen, niet verdrietig te zijn maar te berusten en gelukkig te zijn met zijn hemelse vreugde?

De kloof tussen tijd en eeuwigheid is groot, de eeuwige waarden zijn niet te meten, terwijl het gemis van een geliefde zo tastbaar is, zo’n diepe leegte achterlaat. Maar de droefheid van Calvarië en de vreugde-jubel om de verrijzenis liggen ook vlak bij elkaar. „Zegt aan Petrus en de anderen dat Ik verrezen ben”. Deze boodschap geldt voor allen die geloven.

Mogen al zijn dierbaren en vrienden daarin troost vinden. Anderzijds moeten wij mensen een steun zijn voor elkaar, bij droevige gebeurtenissen meer nog, dan anders. Want eenieder die verdriet heeft, heeft recht op meer liefde van zijn medemensen. Zo is de dood van een dierbare ook een opdracht aan hen die achterblijven: Bemint elkander.

Moge Tjeu nu ongehinderd de jubelzang uit de liturgie der overledenen tegemoet geklonken hebben:

„Ten paradijze geleiden U de engelen”
.
Voor uw meeleven en het samen vieren van de eucharistie bij het overlijden van onze lieve zoon, danken wij U oprecht hartelijk.

Fam. Sillekens-v. Geneygen

 

Tags: