Kiggen, Petrus Johannas Hubertus
Ter nagedachtenis aan
Petrus Johannas Hubertus KIGGEN
echtgenoot van
Gertrudis Linssen
Geboren 18 oktober 1805 te Leveroy, vrij plotseling overleden op 15 dec. 1968 in het bejaardentehuis ,,De Kruuse” te Venray. We hebben hem te ruste gelegd op het St. Barbara-kerkhof te Leveroy, op 18 december 1968.
Elk mensenleven staat in het teken van vreugde en verdriet, van een lach en een traan, van werken en rusten, van groei en aftakeling.
Dit geldt wel heel in het bijzonder voor het leven van deze overledene. Hij bezat immers een bewonderenswaardige ondernemingslust, een enthousiaste ijver om vooruit te komen in het leven en hij ontzag zichzelf nooit. Dit was zijn vreugde maar dit bracht hem ook zijn eerste grote verdriet. Vrij jeugdig nog werd hij aan één van zijn beide handen invalide door een rampzalig ongelukje. Toch nam hij de draad van zijn leven weer moedig op en ging ongestoord verder met werken en ijveren voor zijn gezin en zijn bedrijf. Totdat het niet meer ging. De rusteloze werker moest definitief afscheid nemen van zijn werk.
Gegrepen door een langzaam voortwoekerende ziekte moest hij zich jaren lang, geheel hulpbehoevend, laten verzorgen. Dag en nacht soms, vooral het laatste jaar, deed deze sterke man als een hulpeloos kind beroep op zijn huisgenoten. En alleen ingewijden weten dat zijn vrouw en kinderen in stilte en onopvallend alles voor hem hebben gedaan. Maar de geestelijke en lichamelijke aftakeling werd uiteindelijk zo groot, dat er thuis geen verzorging meer mogelijk was. Zijn laatste dagen bracht hij door in een bejaardentehuis, waar hij vrij plotseling overleed. Iedereen die nu bij deze dode even stilstaat, zal moeten erkennen dat hij de slagen van het leven moedig en gelovig gedragen heeft. Hij bezat zelfs de vaardigheid om zijn levenskruis een plaats te geven.
Niemand heeft hem ooit horen klagen; hij deed ’t zelfs voorkomen alsof er met hem niets aan de hand was. Wij gunnen hem dat hij uit zijn lijden is verlost. En het is onze diepste wens dat zijn vrouw en kinderen, die zovele jaren met hem mee-geleden hebben, zijn moed en zijn geloof zullen opbrengen, nu zo in de toekomst zonder vader verder moeten.
Voor de vele blijken van deelneming, ondervonden bij de ziekte en het overlijden van mijn dierbare echtgenoot en onze zorgzame vader en grootvader, zeggen wij U onze oprechte dank.
FAM. KIGGEN-LINSSEN

–