Deken Crins en zijn Festbakett

0 Comment


Het gaat te ver om te zeggen dat het in Duitsland wemelt van de Nederlandse priesters, maar het blijft een feit* dat tal van Nederlandse geestelijken in de Bundesrepubliek werkzaam zijn, in het grensland en ook dieper Duitsland in. Een markant Limburger in de Duitse zielzorg is pater Paulus Crins* deken van Wassenberg en pastoor van Birgelen.

Pater Crins is geboortig van Tungelroy en woonde langere tijd in Leveroy waar hij landbouwer was. Hij was een zgn. late roeping. Toen hij in 1948 priester gewijd werd, stond in het blad van de L.L.T.B. een mooi artikel onder de kop: „Van de ploeg naar het altaar”. Het was geschreven door de toenmalige adviseur van de L.L.T.B., de huidige deken Joosten van Echt.

Ruilen met de paus

Na zijn wijding studeerde pater Paulus Crins in Pader-bom en werd hij kapelaan te Keulen en in Solimgen. En momenteel is hij dan deken van Wassenberg en woont hij in de mooie pastorie te Birgelen, waar hij het zo naar zijn zin heeft dat hij zegt: „Al* de paus met mij zou willen ruilen dan zeg ik vierkant nee. Nu geloof Ik niet, dat de paus met mij zou willen ruilen, maar ik bleef toch hier zitten”. Deken Crins is bij zijn Duitse gelovigen bijzonder getapt, niet in het minst omdat hij een uitgebalanceerd gevoel voor humor heeft. Hij is evenzeer een meester in de open, directe humor, die onmiddellijk aanslaat en die resulteert in daverend gelach, als in de fijne humor van de stille glim lach. En daarbij een zeer goed verteller. Van de Limburgse pater Paulus, Crins -— hij is Lazarist —doen in het Grenzland diverse anecdotes de ronde. Zijn uitspraken worden graag geciteerd. Om u enig idee te geven van het kaliber heb ik er enkele voor u opgetekend.

Niet fotogeniek

Bij het gouden jubileum van een trommel- en fluiter-korps moest de deken in de
feesttent 500 mensen toespreken. Hij zei toen: „U zult zich afvragen waarom in het gedenkboek geen foto van mij staat. Wel, ik ben niet fotogeniek en op de film was na het ontwikkelen een zwarte vlek. Dat was ik”.

Over de muziek: „Van de muziek, die hier vanavond geboden is kan ik niets zeggen. Ik ben bovendien ook nog volmaakt onmuzikaal. Als de muziek het „Tantum Ergo” en daarna het „Deutschland über alles” speelt, weet Ik er na niet wat het eerst gespeeld is”. Een hele goeie maakte pater Crins toen hij een uitnodiging kreeg voor een „Feestbanket”‘. Hij zei: „Vandaag heb ik tegen me zelf gezegd, wat ben je toch „ein dummer Hollander”. Ik kreeg een uitnodiging voor een Festbankett. Ik kijk na in het woordenboek en zie onder Festbankett, het is een feest eten. Teneinde me daar op te prepareren heb ik ’s middags niets gegeten en tegen de avond ook geen koffie gedronken. Nu ik evenwel hier ben moet ik vaststellen, dat een Festbankett muziek met bonte intermezzi is. Maar ja, ik zal het nog wel een paar uur uit houden. U zult zich nu afvragen wat ik nu geleerd heb? Wel, óf de uitnodiging is fout óf het woordenboek is fout. Of beiden zijn juist. Maar als ik in de toekomst weer eens een uitnodiging voor een Festbankett krijg zal ik voorzichtigheidshalve toch een paar boterhammen in mijn zak stoppen”. De Duitse gelovigen loeiden van het lachen maar er was er wel een, die zich vliegensvlug terugtrok en die de deken nog voordat hij was uitgesproken een zak frites op de tafel legde met een levensgrote worst, die met gemak zou kunnen meedingen naar het wereldkamioen-schap voor bokworsten.

Tags: