Karel Verlaek hangt schaar aan wilgen

0 Comment

Van onze verslaggever LEVEROY — Geen Leve-roys mannenhoofd of Karei Verlaek heeft het ooit van de bovenkant gezien. Na een halve eeuw knippen en scheren vindt de 78-jarige kapper het welletjes: hij heeft zijn salon gesloten.

De eerste weken zal het hem niet meevallen. „Je bent niet anders gewend dan bezig te zijn. En ik zal al die mensen missen, die altijd voor gezelligheid hebben gezorgd.”

Verlaek had nog wel door willen gaan, maar na een tijdje sukkelen met de gezondheid, besloot- hij naar zijn huisarts te luisteren. Vervelen zal hij zich niet doen: de tuin, knutselen, schilderen of tekenen en natuurlijk de vijf kleinkinderen zorgen voor voldoende bedrijvigheid.

In Verlaeks jeugdjaren was het de gewoonte dat mensen veelal zelf hun haren knipten. Kareis vader was er bedreven in, en hij voorzag de hele buurt met regelmaat van een nieuwe coupe. Omdat hij vaker te horen kreeg dat het maar lastig was dat in Leveroy geen kapper was, waagde zóón Karei het erop. Eerst even praktijk opdoen bij een kapper in Roermond en vervolgens werd in 1938 een kamer in de ouderlijke, woning ingericht als salon. Kortwieken kostte in die tijd nog vijftien cent.

Karei Verlaek heeft nooit spijt van zijn keuze gehad. In Baexem, Kelpen, Oler en Leveroy was nog geen kapper en dat betekende voor

de jonge Verlaek volop werk: „Je had toen nog geen sluitingswet. Zo tegen Kerstmis, Pasen of met de kermis moest iedereen nog even naar de kapper. Vaak stond je dan om elf uur ’s avonds nog te knippen.”

Huiskamer

De salonkamer in Leveroy was niet alleen het werkvertrek van kapper Karei, vaak was het een ontmoe-tingslokaal. De stoelen werden dan rondom het pruttelende kachelje gezet en plaatsgenoten wisselden de laatste nieuwtjes uit en probeerden ze elkaar te overtreffen met sterke verhalen. „Mijn broers sliepen in de kamer naast de salon. Ze vertellen nu nog vaak dat ze in bed regelmatig krom lagen van het lachen wanneer iemand een sterk verhaal aan het ophangen was”, gniffelt Karel

Vooral geliefd om zijn verhalen was ene Hense Sjang. Moest die worden geknipt of geschoren, dan leek het wel alsof half Leveroy plotsklaps een kappersbeurt nodig had. Iedereen kwam. Die gezelligheid van vroeger is een beetje verdwenen, betreurt Karei, die in 1969 vlak naast zijn ouderlijke woning een nieuw huis met kapsalon bouwde.

Mode

Karei Verlaek herinnert 1 zich nog graag aan klanten zoals pastoor Schippers, die zich dagelijk liet scheren en i zijn kwast en mes bij Verlaek stalde. Of aan dat 1 meisje, dat de boodschap • van haar moeder een beetje t verknipt overbracht: „Kap-1 per, ik wil de streep in het i midden”. Zij kréég haar ‘ scheiding in het midden, want al had Karei Verlaek i soms een ander idee van wat wel en niet mooi was, de klant bleef koning. Over de telkens wisselende haarmode heeft Verlaek een I uitgesproken mening: „Iets I is mode, dus iedereen wil I het zo hebben. Maar of het I juist die klant ook leuk I staat, dat is vaak nog maar I de vraag”. Een ding is ze- | ker: Leveroynaren met een I te overvloedige haardos, I zullen het voortaan buiten I het Nederweerter kerkdorp I moeten zoeken. I