LVB 50 jaar

0 Comment

DE L.V.B.: ALLEEN OM ER EENS UIT TE ZIJN ?

Vele jaren geleden, in de tijd dat de LVB nog Boerinnenbond heette, zei eens de geestelijke adviseur na een minder geslaagde lezing tegen de leden: “Ach, het was wel niet zoveel bijzonders, maar jullie zijn er in ieder geval weer eens uit geweest”.

Er eens uit te zijn: was dat wat de LVB voor haar leden betekende? Betekent ze dat misschien nog? Laten we eens kijken hoe de vereniging zich in de vijftig jaar van haar bestaan gepresenteerd heeft. We halen de oude notulenboeken uit de kast, blazen het stof eraf, en lezen.

Op 6 oktober 1932 werd in Leveroy een Boerinnenbond opgericht. De vereniging telde 65 leden die elk 50 ct. contributie betaalden, zodat men met het mooie bedrag van ƒ. 32,50 in kas kon starten. Het eerste bestuur bestond uit de volgende dames:

Geurtz-Ophey, voorzitster
Tunissen, sekretaresse
Houben-Biemans
A. Hermans-Driessen
Hermans-Ophey

Pastoor de Fauwe werd geestelijk adviseur, en tot technisch adviseur benoemde men meester P. Ament.

Op 23 november van dat jaar werd de H. Barbara gekozen tot patrones van de vereniging, die dus offici­eel heette: R.K. Boerinnenbond St. Barbara. Later is het voeren van de naam St. Barbara in onbruik geraakt. De eerste aktiviteit die men organiseerde was een slachtcursus.

DE VOOROORLOGSE JAREN: 1933-1941

Met kroontjespen en zwarte inkt tekenden de beide sekretaressen van voor de oorlog, G. Tunissen en Doortje Raemakers, in hun mooiste handschrift nauwkeurig op wat er binnen de vereniging allemaal gebeurde, juist door hun eenvoud en naïviteit schiepen ze daarmee een helder beeld van de tijd waarin ze leefden.

Deze jaren staan vooral in het teken van het bevestigen van de vrouw in haar rol als moeder en boerin.Als het al zo was dat de leden alleen naar de vergadering kwamen om eens van huis weg te zijn, dan probeerden de sprekers hun in ieder geval nog iets nuttigs of stichtends mee te geven.

De georganiseerde aktiviteiten bestonden in deze periode voornamelijk uit lezingen, die werden gehouden door een beperkt aantal mensen: de geestelijk adviseur Pastoor de Fauwe of een andere geestelijke (vaak was dit Rector Wevers), de technisch adviseur meester Ament en Mej. Hendrikx, de consulente van het Landbouwhuis. Meestal werden per bijeenkomst twee spreekbeurten gehouden: één op praktisch gebied, die werd voorafgegaan of gevolgd door een stichtende preek.

In de notulen kunnen we lezen hoe tijdens deze vergaderingen de vrouwen constant een beeld voor ogen werd gehouden waaraan zij dienden te beantwoorden. In de lezing “De taak van de boerin op moreel gebied” werd onder andere gezegd dat de vrouw moet zorgen dat de godsdienst boven alles uitblinkt.

Ze moet overmatig gebruik van alkoholische dranken uit haar gezin weren en ze wordt aangespoord met vreugde aan haar verheven roeping te beantwoorden. In een lezing over de H. Theresia: “De vrouwen moeten het zijn die zorgen dat er in het huisgezin de waren godsdienstzin heerst”.

Talrijk waren ze, dergelijke lezingen, met onderwerpen als “De sociale taak en plicht der vrouw”, “Verantwoordelijkheid der boerin”, “Soberheid van de boerenstand” of “Lekenapostolaat der boerinnen”. Dringend werd de leden aangeraden om de H. Maagd Maria als voorbeeld te nemen, eenvoudig te zijn in levenswijze en kleding en zich te verdiepen in godsdienstige lectuur.

Andere lezingen lagen meer op praktisch terrein, met huishoudelijke en agrarische onderwerpen als: het verbouwen van groenten in eigen tuin, boekhouding, varkensopfok, melken, bewaren van voedingsmiddelen en kinderopvoeding. Ook werd in deze tijd een aantal cursussen gegeven. Zo was er onder andere een kookcursus, een EHBOcursus, een pluimveecursus en een matrassencursus, die zo in de smaak viel dat deze in latere jaren nog tot drie keer toe is herhaald.

De feestvergaderingen werden doorgaans gehouden op 4 december, de feestdag van de patrones St. Barbara. Anders dan de feestavonden zoals we ze nu kennen, bestonden deze uit een H. Mis, middaglof, een koffietafel en een lezing. Qp 16 september 1937 wordt in de notulen melding gemaakt van een nieuw vaandel, dat op 7 november plechtig wordt ingewijd. Bij deze gelegenheid is door Rector Wevers een foto gemaakt van de hele vereniging met vaandel. Dat deze foto nergens meer te achterhalen is komt waarschijnlijk doordat enkele weken later ( op 24 november) Rector Wevers en Pastoor de Fauwe bij een noodlottig ongeval om het leven kwamen.

Aan het eind van deze periode ziet het bestuur er als volgt uit:
M. Houben-Biemans, voorzitster
Dora Raemakers, sekretaresse,
C. Hermans-Ophey
P. Mertens-Beurskens
Lena Verlaek.

Pastoor de Fauwe werd als geestelijk adviseur opgevolgd door Pastoor Janssen. In september 1941 werd de Boerinnenbond bij de Landstand ingedeeld. Bestuur en leden traden wegens gewetensbezwaren uit de vereniging, die tijdelijk werd opgeheven.

1945-1960

Op 12 december 1945 werd de Boerinnenbond opnieuw op­gericht. Tijdens de heroprichtingsvergadering benadrukte men dat de vereniging niet alleen bestemd was voor jonge meisjes, maar vooral voor gehuwde vrouwen. Er zou propaganda nodig zijn om die er bij te krijgen. Tegenwoordig kunnen de jonge meisjes terecht bij de KPJ en nu zien we juist een zekere vergrijzing onder de leden.

Het probleem is echter nog steeds hetzelfde: de jonge gehuwde vrouwen moeten worden aangespoord om lid te worden. Twee leden van het vooroorlogse bestuur stelden zich niet herkiesbaar, te weten de dames Hermans en Mertens. Het nieuwe bestuur werd nu gevormd door:

Dora Raemakers, voorzitster
Fien Kessels, sekretaresse
M. Houben-Biemans
A. Reynders-Verlaek
M. Hermans- Timmermans.

De contributie in die tijd bedroeg 75 ct. per lid. Men startte met 74 leden. Tot nieuwe geestelijk adviseur werd Pastoor Schippers benoemd. Meester Ament bleef technisch adviseur.
Wat de bijeenkomsten betreft ging men op nagenoeg de­zelfde voet verder als voor de oorlog. In de 50er jaren zien we dat sprekers vaker gebruik gaan maken van lichtbeelden om hun lezingen toe te lichten.

Het doel, en daarmee ook de inhoud van de lezingen, verandert evenwel. Konden de sprekers vroeger volstaan met de leden te wijzen op hun plichten als boerin, vrouw en moeder en het hun voortdurend voor ogen houden van een ideaalbeeld, nu moeten zij ten strijde trekken tegen het verval in geloof en zeden. Ze blijven erop hameren dat de leden op hun hoede moeten zijn voor de na­oorlogse vervlakking en het groeiende materialisme, en moeten vasthouden aan hun oude tradities, ‘hun stand en hun geloof. Men waarschuwt tegen “de moderne genotzucht die in deze naoorlogse tijd op de dorpen ook al zoveel toegang vindt”. Op een studiedag voor bestu­ren wordt melding gemaakt van het gedaald zedelijk peil, waardoor de taak van de boerin verzwaard is.

Op een andere studiedag, een jaar later, wordt gesig­naleerd dat de ontreddering en de verflauwing in de godsdienst een alarmerende omvang heeft bereikt. Het is de taak van de boerinnen om te zorgen voor een christelijke opvoeding. In een lezing over “Godsvertrou­wen” stelt men dat de terugkeer naar het christendom de oplossing is voor de toenmalige moeilijke tijden: “Die werkelijk gelooft staat niet verslagen tussen de puinhopen van deze wereld, maar vertrouwt op Gods almacht”.

Lezingen in deze periode droegen titels als “De boeren­arbeid met zijn deugden en zijn gevaren”, “Reddend christendom”, “Wat is onze taak in deze tijd?”, “Opvoed­kundige problemen en moeilijkheden in deze tijd”, “Levensvernieuwing door levensversobering” en “Hoe bewaren we onze christelijke boerenaard?”.De notulisten van de Boerinnenbond hebben het allemaal nauwgezet opgeschreven: wat men hen probeerde te leren en hoe men hen trachtte te vormen. Vanaf de oprichting tot aan het eind van de jaren vijftig bestond er een zeer intensieve bemoeienis van de kant van hoofdbestuur en geestelijkheid met het gebeuren in de afdeling.

Men had een zeer duidelijk doel voor ogen: de vorming van plattelandsvrouwen op godsdienstig, sociaal en praktisch terrein. Hoe dit zich in Leveroy manifesteerde is al gebleken uit het voorafgaande. Vóór de oorlog werd er bovendien geen bestuursvergadering gehouden zonder de aanwezigheid van de geestelijke adviseur, de technisch adviseur of de consulente. Na de oorlog werd er meer gedaan aan de opleiding van het bestuur, vooral voorzitster en sekretaresse, door middel van stu­diedagen en cursussen. Toch bleef men er vanuit het hoofdbestuur nauwlettend op toezien dat de afdelingen goed draaiden. Zo controleerde consulente Mej. Kleuters, getuige aantekeningen in de kantlijn, regelmatig het kas- en notulenboek.

Natuurlijk werden er na de oorlog niet alleen lezingen gehouden over godsdienstige en morele onderwerpen. Op praktisch-huishoudelijk gebied was er van alles te doen. De interesse in typisch agrarisch gerichte lezingen daalde; men zocht het meer in het huishoudelijke, waarbij de lezingen langzaam plaats maakten voor demonstraties.

De volgende onderwerpen kwamen onder meer aan bod: koude schotels, boorden stijven en glanzen, klaarmaken van Brussels witlof, het opknappen van leren kleding en de breimachine. Ook werden er meer cursussen gegeven, waarvoor bij de leden grote belangstelling bestond: bakcursus, verstel- cursus, cursus “het groeiende leven”, cursus stof versieren, enz. Uitstapjes en excursies kwamen na de oorlog ook meer in trek, waarschijnlijk omdat men langzamerhand over beter vervoer kon beschikken.

Zo bezocht men onder andere: de passiespelen in Tegelen de tentoonstelling “De Nederlandse Vrouw” in Den Haag, de Landbouwhuishoudschool in Posterholt, Rotterdam, de Keukenhof en Schiphol. Tegen het eind van de vijfti­ger jaren was de traditie van een jaarlijks uitstapje gevestigd.

Een andere traditie die in deze periode haar oorsprong vindt is de jaarlijkse kringbedevaart. Op 24 mei 1950 vond deze voor het eerst plaats. Men ging in die tijd naar O.L. Vrouw Onder de Linden in Thorn of naar O.L. Vrouw van Weert. De animo onder de Leveroyse leden om op bedevaart te gaan verslapte echter spoedig. Aan het eind van de jaren vijftig was de deelname ronduit slecht.

Na de oorlog werd nog een derde traditie gevestigd: die van de moedermiddag. Hiermee werd in october steeds het winterseizoen geopend. Aangezien deze bijeenkomst georganiseerd werd voor alle moeders van de parochie was het ook een mooie gelegenheid om nieuwe leden te werven. De lezingen die op zo’n middag werden gehouden gingen in deze periode onveranderlijk over de opvoedkundige taak van de moeder in het gezin. Na 1956 wordt de moedermiddag een moederavond en dat is zo gebleven tot op de dag van vandaag.

Op 20 januari 1954 werd de eerste Bijeenkomst gehouden voor alle meisjes van de parochie ouder dan 17 jaar. Deze bijeenkomsten (later ook voor jongens) vonden regelmatig plaats tot 1965. Onderwerpen die aan de orde kwamen: verkering en huwelijk, problemen voor meisjes in deze tijd, het huwelijksfeest, enz.

in 1950 voerde een toneelgroep bestaande uit eigen leden haar eerste toneelstuk op. In de jaren die volgden kwam deze groep, later in samenwerking met de jonge Boeren, regelmatig met nieuwe voorstellingen op de planken (tot 1965).

Tijdens het hierboven beschreven tijdvak vonden er veel bestuurswisselingen plaats. Tegen het eind van de periode zag het bestuur er zo uit:

Drika Leunissen-v. Roy voorzitster
Fien Houben, sekretaresse
E. Timmermans-Moonen,
A. Nies-Geurtz,
Betsy Reynders
B. v. Appeven
A. v. Roy.

DE ZESTIGER JAREN.

De jaren zestig staan voor de Leveroyse Boerinnenbond duidelijk in het teken van het gezin en de moeilijkheden die zich daarbinnen voordeden ten gevolge van de veranderde tijden.

In de lezing “Over gezinsproblematiek en inwonende jeugd” wordt er voor het eerst zoiets als een generatiekloof gesignaleerd. Lezingen als “Open en gesloten gezinnen”, “Het moderne leven”, “Verhouding ouders en opvoeding kinderen”, “Jeugd en geld” en “Liefde voor het leven” gaan allemaal over de nieuwe tijd en de moderne jeugd die zoveel anders, zelfstandiger, is dan vroeger en in een heel andere wereld lijkt te leven.

We zien in deze tijd dat het bestuur onafhankelijker wordt en dat de invloed op het programma van “hogerhand” minder wordt. Men nodigt van heinde en verre gasten uit om avonden en cursussen te verzorgen over de meest uiteenlopende onderwerpen.

Het zou te ver voeren ze allemaal op te noemen, daarom een bloemlezing: praktische onderwerpen als textielwaren kamerplanten, huidverzorging, zuidvruchten, woninginrichting, hartige hapjes, wild en gevogelte en elektrische apparaten. Cursussen: moedercursus, cursus inkomstenbesteding, “Beter bewegen”, “Gratie en Charme”, en “Pech Onderweg”. Informatie lezingen: meisjesberoepen, veilig verkeer, kerken en Mariabeelden, maatschappelijk werk, ontwikkelingslanden. De meer religieus beschouwelijke lezingen worden langzamerhand minder in aantal: “De taak van de leek in de kerk”, “De liturgie”, “Hoe denkt de opgroeiende jeugd over de eucharistieviering” en “De actuele problemen van het christen zijn nu”.

De excursies en uitstapjes blijven populair. Men ging onder meer naar de Deltawerken, Duitsland, de Ardennen de Huishoudbeurs en de Bloembollenvelden.

Zoals al eerder gezegd was de belangstelling voor typisch agrarische onderwerpen dalende. Na 1962 wordt er op dit gebied niets meer ondernomen in Leveroy. In 1965 verandert de Boerinnenbond in Limburgse Vrouwen Beweging en niet-agrarische vrouwen kunnen nu officieel ook lid worden. De agrarische vrouwen vormen wel een duidelijk herkenbare groep binnen de LVB, die regelmatig in kringverband haar eigen bijeenkomsten houdt en haar eigen cursussen organiseert.

Op of rond 4 december, het feest van de H. Barbara dat vroeger met een feestvergadering werd gevierd, wordt nu doorgaans de jaarvergadering gehouden. Van 1964-1969 werd deze gecombineerd met de viering van Pakjesavond. In 1970 werd nog één keer pakjesavond gehouden, waarna deze is af geschaft. De feestvergaderingen werden in deze periode in januari of februari gehouden. Het religieuze karakter van de vooroorlogse feestvergaderingen is helemaal verdwenen.Hu ligt het accent op gezelligheid. Er werden toneelstukjes opgevoerd en een enkele keer nodigde men zelfs een bekende buuttereedner uit om de avond te verzorgen, of men hield een kwis.

In 1966 werd een uitwisseling met de afdeling Montfort georganiseerd. In de zeventiger jaren volgen meer van dergelijke uitwisselingen.
Vanaf 1967 begint de kringbedevaart aan populariteit te winnen. Ook in deze periode zien we veel verande­ringen binnen het bestuur.
Op 27 november 1969 wordt er uiteindelijk een stabiel bestuur gevormd dat onver­anderd blijft tot 1977.

Dit bestaat uit de volgende leden:
Mevr. Ament-Creemers, voorzitster
Mevr. Wetemans- Rietjens, sekretaresse
Mevr. Geraets-Scheepens, onder- voorzitster
Mevr. Schroyen-Brouwers
Mevr. Hermans- Creemers
Mevr. Geraets-Nijskens
Mevr. Klaessen- Royakkers.

Sinds het begin van de vijftiger jaren is pastoor Geurts de geestelijk adviseur.Meester Ament is nog steeds technisch adviseur.

DE ZEVENTIGER JAREN.

We slaan weer een nieuw notulenboek open en concentreren ons op het volgende tijdvak in het 50-jarig bestaan van de LVB. Een ontwikkeling die in de zestiger jaren begon zet zich voort: de welvaart en de daarmee gepaard gaande vervlakking dringen nu pas goed tot Leveroy door. De grote problemen lijken ver van huis te liggen, behalve misschien de oliecrisis, en er is niemand meer die nog serieus probeert om de LVB-vrouwen in een bepaalde richting te stimuleren, zoals dat in de jaren vijftig het geval was.

Mat de georganiseerde aktiviteiten betreft ligt de nadruk op het gezellige en het informatieve. De religieuze, stichtende lezingen heeft men al een tijd geleden afgeschaft, maar ook lezingen van algemeen levensbeschouwelijke aard worden schaars.

Deze worden alleen nog gehouden bij gelegenheden als bezinningsbijeenkomsten en kerstvieringen. Onderwerpen op praktisch en informatief gebied komen meer dan genoeg aan bod: “Goede voeding, beter gewicht “Wees zuinig op uzelf”, consumentenvoorlichting, voorbehoedmiddelen, hart- en vaatziekten, drugs, homofilie, “Hoe werkt het strafrecht in Nederland?”, wijnproeven, enz. Een greep uit de cursussen: droogboeketten, variaties in het menu, eenvoudig boekhouden, Godsdienstcursus voor volwassenen, stoelen bekleden, algemene ontwikkeling en “verstandig met energie”.

In de loop van de jaren is het aantal aktiviteiten geweldig gestegen. Werd in de beginjaren hooguit één bijeenkomst per maand en één cursus per seizoen gehouden, tegenwoordig is er bijna elke week iets te doen van de LVB en zijn er wel 4 a 5 cursussen per jaar.

Ook de uitstapjes en kleinere excursies nemen in deze tijd in aantal toe. Men ging onder meer naar Antwerpen, de Flevohof, de Floriade, stichting St. Anna in Heel, het Leudal en de suikerfabriek in Puttershoek.

De kringbedevaart (in deze jaren ging men voor het eerst naar Ommel) beleeft haar glorietijd. 1974 mag wel een topjaar genoemd worden met 53 deelneemsters uit Leveroy. Hierna daalt het animo weer geleidelijk. Op 16 maart 1970 wordt de eerste kienavond georganiseerd. Dit wordt daarna elk jaar herhaald. Het is een goed (en voor de LVB eigenlijk het enige) middel om de kas wat te spekken.

In datzelfde jaar wordt ook het eerste uitstapje georganiseerd voor moeders met kinderen. Dit vond daarna eveneens elk jaar plaats, tot 1979.

De jaarlijkse feestavond werd in 1974 voor het eerst gehouden in samenwerking met de LLTB. Dit is inmiddels traditie geworden.

Aan het eind van de jaren zeventig heeft de LVB het volgende bestuur:

Herman-Creemers, voorzitster
A. Wetemans-Rietjens, sekretaresse
N. Wetemans-Moonen
T. Heeskens- Steyvers
A. Naus-v. Heur
Z. Knapen-Naus.

Er is op dat moment nog een vacature voor één bestuurslid. Pastoor Geurts werd in deze periode als geestelijk adviseur opgevolgd door Pastoor Nijhof.

HET BEGIN VAN DE JAREN TACHTIG.

Het is moeilijk om een periode die we nog maar zo pas achter de rug hebben te kenschetsen. Toch lijkt één ontwikkeling zich te gaan aftekenen binnen de LVB: de emancipatiegolf is ook tot in deze vereniging doordrongen. Op het jubileumcongres van de KPN (overkoepelende organisatie), dat in october 1981 in Utrecht werd gehouden, werd bewust hiertoe de aanzet gegeven. Het hoofdbestuur en de kringbesturen hebben het emancipatie-thema “Vrouw-traditie-veranderen” overgenomen, maar of men erin slaagt dit te laten doorwerken tot in de afdelingen moet nog worden afgewacht.

De open plaats in het bestuur werd op 29 januari 1981 gevuld door Annie v. Roy-Derikx. Op 26 november van dat jaar vond er weer een wisseling in het bestuur plaats: Mevr. Wetemans-Rietjens treedt af maar blijft wel nog meewerken als bestuurslid tot na het jubileum.In haar plaats wordt Anneke Claessen-Kessels gekozen.

Bij deze gelegenheid zijn tevens de taken van secretaresse en penningmeesteresse gescheiden, zodat het bestuur er momenteel als volgt uitziet:

Hermans-Creemers, voorzitster
N. Wetemans-Moonen, ondervoorzitster –
A. Claessen-Kessels, sekretaresse
T. Heeskens-Steyvers, penningmeesteresse
A. Naus-v. Heur
Z. Knapen-Naus
A. v. Roy-Derikx.

Ziezo, we slaan de notulenboeken weer dicht. Welke indruk heeft vijftig jaar LVB nu bij ons achtergelaten ?

Is de LVB inderdaad een vereniging waar je alleen lid van wordt om er eens uit te zijn? Bepaald niet. De vrouwenbeweging heeft haar leden veel geboden, en heeft ze nog steeds veel te bieden.

Er is veel veranderd in de vijftig jaar dat de vereniging bestaat, veranderingen die misschien niet altijd ten goede waren. Men kan de bemoeienissen van de kant van hoofdbestuur en geestelijkheid in de beginjaren bevoogdend of betuttelend noemen, feit is dat deze mensen iets toevoegden aan de leefwereld van de agra­rische vrouwen. Nu de vrouwen zelfstandiger zijn en veel afdelingsbesturen het van de belangstelling van de leden laten afhangen. Niet dat Mijnheer Pastoor tijdens de feestvergadering weer moet gaan preken over “De plicht ener vrouw”, maar toch….

Een “geladen” zaak als emancipatie is bijzonder moeilijk aan de leden te verkopen, terwijl het hier toch om niet meer gaat dan een stuk bezinning op je eigen leven en je rol als vrouw en moeder.

De LVB is niet alléén om er eens uit te zijn. Ze biedt haar leden de mogelijkheden om zich te ontwikkelen en te ontplooien. In hoeverre dat ook werkelijk gebeurt hangt tegenwoordig van die leden zelf af.

Leveroy, augustus 1982

Anneke Claessen-Kessels sekretaresse