Leveroy / Codex toponiemen

0 Comment

Leveroy of Leverooi (Nederweert)

dialect: Leivere [lƐ.ivǝrǝ]

 

Loiverlo (1244),

Leverlo en Leverloe (1293),

Leyverloie (1331 ),

Leyverloe (1331,1332, 1382,1432,1457,1489),

Leyverlo (1340) (Berghs II, 17),

Liverloe (1348) en Leyvelroye (1433-1488),

Lewenre Oe (1458) (Msg 1883,866. – Thora 1,17,70-71,170-172, 231,325,371 en 426. – NGNII. 76. – MunRmnd, 122-123).

In het dialect zegt men Leivere.

 

Van zakelijke lo-naam tot -roy-naam of fonetische metathesis?

De eerste indruk kan hier zijn dat een -lo-naam, als gevolg van een ontginning, tot een roy- of rooi-naam werd om dit toponiem aldus aan zijn zakelijke inhoud aan te passen. Maar Blok zag de versie Leverooi – evenals Kastenraai en Tungelrooi – als het resultaat van de metathesis r-l in l-r (T&T 1971, 67). De versie Leyvelroye (1433- 1488) kan inderdaad gezien worden als een overgangsvorm naar de huidige spel­ling, waarin de tweede l is komen te vervallen. Toch heeft er blijkbaar meer dan een metathesis plaatsgehad, want -re werd tot -raai en -ro werd tot –rooi. Derhalve lijkt er tevens een gelijkmaking met naburige toponiemen plaatsgehad te hebben.

Diverse verklaringen

Carnoy, die bij de versie Leverlo het verkeerde jaartal 1023 (i.p.v. 1293) plaatste, meende in het eerste lid een woord te zien, dat verwant is aan het Angelsaksische loefer of leber in de betekenis van ”roseau”, d.w.z. riet of biezen (Camoy 1927.113* Daarentegen vroeg Weijnen zich af of de Leverooise Beek vroeger de Keltische naam *Lever (= de luidruisende) had gehad (Weijnen, 29). Gezien de onduidelijkheid en onzekerheid van Keltische toponiemen in onze streken valt die verklaring reeds bij voorbaat te betwijfelen. De Vries schreef dan ook: “Het 1ste lid is onzeker. Aan een keltische riviernaam *labara ’de luidbruisende’ behoeft men zeker niet te denken”. Die auteur gaf de voorkeur aan een persoonsnaam. Bij Lieveren Dr. vermeldde hij de voornaam Livere (= Libheri) (Vries 1962.103-104) Ook kan er nog op morden gewezen dat het onder Leeuwen besproken woord hlêo als meervoudsvorm klêwir had (Bach II, §§ 97 en 385).

Onder Swalmen ligt het toponiem Levroy, dat vroeger als Livro (1696) Leeverohe (1720) en Leverohe vermeld werd (Swalmen). Hier valt ohe als tweede lid op (zie onder Ohé). Een in 1458 vermeld Lewenre Oe (Verslag 1905, 75) lijkt een Oe te Leeuwen aan­geduid te hebben.