(VOOR) GESCHIEDENIS MAXET,

0 Comment
Toen ik enkele maande geleden van mijn zus Mia een brief kreeg waarin me werd gevraagd of ik op ‘t Maxet bij de zes­kamp een H. Mis zou willen opdragen, heb ik direct ja gezegd. Ik dacht dat die vroeger op Maxet gewoond hebben,  bij die gelegenheid wel veel mensen, bij elkaar zullen komen. Ik hoop daarbij enkele oud bekenden te treffen.
Maar na bijna 38 jaar in Nami­bië te zijn geweest wordt die kans steeds kleiner. Van de ouderen hebben velen het tijdelijke met het eeuwige verwisseld en de jongeren ken ik niet meer. Maar toch is het een eer voor mij om daar bij te zijn, en te mogen voorgaan in de H. Eucharistieviering omdat ik weet dat daardoorde verbinding met de oude buurtschap ‘t Maxet vernieuwd en verstevigd worden. Meer bekenden heb ik in Namibië, het vroegere Duits Zuid West Afrika. Namibië dat ongeveer 25 maal zo groot als Nederland is, en maar 1 miljoen inwoners telt, wordt nog altijd geregeerd door Zuid Afrika. Sinds 19 jaar probeert de SWAPO (Z.W. Afr. volks or­ganisatie) vanaf Angola om aan de macht te komen en heeft er zich een bosoorlog ontketend, die altijd heviger wordt met alle gevolgen van dien. Vele doden, gewonden, opsluitingen in en soms jaren lang folte­ringen enz. De kerken proberen verzoenend op te tre­den en vooral op te komen voor de rechten van de mensen en vooral voor de onderdrukten en diegene die zonder verhoor soms jaren lang vastgehouden worden en soms gefolterd of gedood worden in de gevangenis. Het land is verdeeld in 11 Etnische regeringen, een kind van de Zuid Afrikaanse apartheidpolitiek, die nooit een eenheid zullen worden.
Sinds 1978 is men al bezig met resolutie 435 van de V.N. terugtrekking van alle troepen op bepaalde plaatsen en dan algemen verkiezingen onder toezicht van de V.N. Maar omdat de Zuid Afrikanen weten dat
de SWAPO de verkiezingen zal winnen, vinden ze steeds weer een uitweg om de verkiezingen niet te laten doorgaan.
De kerk heeft een grote maar ook zware taak in dit land. We proberen de pastoraal aan te passen aan het land.
Kleine christelijke gemeenschappen verdeeld over het hele land. Aan het hoofd daarvan staat dan een diaken, zuster, onderwijzer of een gewone leek. Zij regelen dan het godsdienst onderwijs de zondags­dienst, doopsel, begrafenissen enz. Er kan natuur­lijk niet elke zondag een H. Mis zijn. Niet elke missiestatie kan meer dan een pater hebben. Daarom moest ik verleden jaar verschillende weekends de mis gaan lezen waarvoor ik meer dan 500 km moest rijden om 5 missen te lezen.
                                           Jullie oud inwoner van ‘t Maxet Pater Tjeu Baetsen omi.
BESTE MENSEN VAN MAXET

Dan kunnen we hier op het Maxet blij zijn dat alles zo dicht bij elkaar ligt. Ik hoef maar een paar honderd meter te lopen om naar de mis bij de zeskamp te gaan. Ik hoop dat het die dag een mooie dag zal zijn zon­der regen maar met veel zon. Mogen op die dag de banden van vriendschap tussen de tegenwoordige men­sen van ‘t Maxet met die er vroeger woonden ver­sterkt en verstevigd worden zowel als die van oud en jong.
Allemaal die aan de zeskamp deelnemen wens ik een gezellige dag en Gods Zegen voor de toekomst.

(VOOR) GESCHIEDENIS MAXET,

Het Maxet van nu bestond halverwege de 19e eeuw

(± 1850) uit Maxet en Roorstraat (dit is de huidige Bosscherkampweg) en liep tot aan de kerk van Leveroy terwijl ook Liesjeshoek en Reulisweg ook bij Maxet behoorde. Na 1900 zijn de Reulisweg en Liesjeshoek afgesplitst en “loopt” Maxet tot aan de onderweg. Tussen 1850 en 1860 woonden op Maxet 57 gezinnen, hiervan waren er 36 werkzaam in de land-bouw, 13 als dagloner, 1 schaper, 1 koopman, 2 linnenwevers„ 1 klompenmaker, 1 smid (Smeeds Daar) 1 zadelmaker, en 1 kleermaker. Rond 1900 waren er 55 gezinnen waarvan 47 werkzaam in de landbouw, 2 dagloners, 2 timmerlieden (Lemme Bér en Lemme Wullem) 1 caféhouder, 1 wever, 1 logement (Tring = huize St. Elisabeth). Hieruit is duidelijk te concluderen dat in de 50 jaren die ertussen gelegen hebben de dagloners (losse arbeiders) bijna alle-maal landbouwer zijn geworden.

Het aantal inwoners van Heythuysen was in 1840 1317 waarvan op Maxet c.a. 405 woonden.

Dus op het toenmalige Maxet woonden ruim 30% van de Heytserse bewoners.

PAROCHIE

Alle inwoners hoorden onder de parochie Heythuysen dus ook het Leveroyse deel. Daarom richtten in 1871 de inwoners van het gehucht Maxet “uit hoofde van den verre afstand van de parochie Heythuysen” aan het bisdom Roermond, waartoe dit gewest sedert 1840 behoorde, een verzoek om zich van de parochie Heythuysen te mogen afscheiden. Dit rekest werd in 1871 goedgekeurd onder de bepaling dat “de karreweg, loopende achter het huis Tongerloo” in noordelijke en zuidelijke richting doorgetrokken de nieuwe parochiegrens zal zijn. (Ongeveer huidige Bergenweg). Enkele jaren na 1900 is op dezelfde wijze de parochiegrens voor Heythuysen weer verkleind en voor Leveroy vergroot tot aan de huidige Maxeterdijk.

RONDREIS DOOR MAXET

IK wil u eens meenemen op een rondreisje door het gehucht Maxet, een der grootste gehuchten op het grondgebied van de gemeente Heythuysen: halverwege de negentiende eeuw woonde namelijk één derde der Heythuysense bevolking in dit gehucht.

Allereerst iets over de naam Maxet wordt ook in de negentiende eeuw nog vaak als “Maxelt” geschreven. De “elt” is een verbastering van het woord “Holt” hetgeen “hout” betekend. Het woord “Max” is echter niet duidelijk te verklaren. Dus moeten we volstaan met de veronderstelling dat Maxet de naam is van één of ander bos. Ook vinden we naam “Champ du Mayeux” terug, dit is echter een poging geweest om de naam Maxet te vertalen in het Frans.

Merkwaardiger is echter dat we te Leveroy onder het gehucht de Mildert en in Nederweert op het eind van de zestiende eeuw de naam Maxits als familie-naam terug vinden.

Laten we ons rondreisje beginnen op de huidige Roorstraat bij het huis van M.Gielen voor dit huis liggen twee wat oudere boerderijen t.w. die van de familie Orbon, en daarnaast Kerrenhof (fam.Deckers)

Kerrenhof staat reeds op kaarten van rond 1800 ver-meld, evenals het ernaast gelegen ’t Roor (fam. Vullers)(verklaring ‘t Roor: dit moet een verbrandplaats van vee geweest zijn welke met miltvuur besmet is geweest)

Het verder gelegen Theelenhof staat niet met naam aangegeven, wel is duidelijk dat daar toen reeds bebouwing was. Theelenhof (fam. Van Horne) heeft in de tijd van 1895 als “Fuus” (Centrifuge of Coöperatieven boterfabriek) van Maxet dienst gedaan. Bij de bouw van een nieuwe boterfabriek aan de Kouk in Heythuysen werd de Fuus van Maxet in 1906 opgeheven Als wij vanuit Theelenhof een stukje verder gaan naar Leveroy, komen we aan een grote boerenhof, die merkwaardiger wijze “Klein Heines” (fam. Kessels) heet. De fam. Kessels die hier reeds meer dan 100 jaren woont had ook vanaf 1889 het bezit van de molen “De Volharding” aan de Heerbaan te leveroy. Eén der beroemdsten uit de fam. Kessels was wel Peter Kessels. Hij was voorzitter van de kring Weert van’ de Limburgsen Land-en Tuinbouw, Vice-voorzitter van de L.L.T.B., stichter van de eerste Boerinnenbond voor Limburg, voorzitter van de ,Boerenleenbank te Heythuysen, voorzitter van de Raad van Toezicht der zuivelfabriek, voorzitter van de Boerenbond afdeling Heythuysen, lid van het kerk-bestuur, voorzitter van de Kieskring Weert. In 1923 werd hij gekozen voor de gemeenteraad en volgde zijn vader op als wethouder. Sinds 1931 was hij lid van Provinciale Staten. In 1937 verongelukte Peter Kessels tezamen met pastoor De Fauwe uit leveroy en rector Wevers uit Posterholt te Nederweert. Bij dichte mist reden zij in de Zuid-Willemsvaart. Alleen G. Derks uit Heythuysen wist zich te redden.

Naast Klein Heines ligt de kleinere boerderij “Groot Heines” (fam. Lauwers)

(Verklaring Groot en Klein Heines: Tones v.d. Ven, genaamd Heines, woont op Groot Heines (fam.Louwers) Op 7 mei 1680 wordt Lei Heines pachter-pacht: 9 va-ten rogge voor 2 bunder-. Daarna in 1712, wordt een gedeelte van Groot Heines, verpacht aan Jan Drenterp waaruit het latere Klein Heines (fam.Kessels) uit is voortgekomen en waar in 1911 nog een bouwlaag is opgekomen en toen in de cement is gezet.)

Daarbij liggen de boerderijen “Nieskens” (fam.Schenen en “Silkens”.

Gaan we dan wat verder over de oude Heerbaan (Leveroyseweg) dan komen we allereerst aan het Baotskapelke.

(Dit kapelletje waarvan u de foto op de voorpagina van dit boekje aantreft wordt omstreeks 1770 op oude landkaarten vermeld. De volksmond gaf aan dit voetvalletje de naam Baotse-kepelke omdat de eigenaars ervan ook de eigenaars van Baotsenhof waren. De laatste pachter van de hof en verzorger van het kapelletje was Chr. Wyers (Baotse Christ). Bij de reconstructie heeft de voorlaatste eigenaresse, Mw. Peeters (Kloete Mina) grond geschonken aan de gem. Heythuysen waar het nu door bewoners van Maxet weer in oude glorie is hersteld.)

Het aloude kapelletje werd t.b.v. de nieuwe weg verplaats, het lag vroeger tegenover “Verkoelen”, waarin vroeger tijd café was. Een stukje voorbij Verkoelen (fam. De Leeuw) vinden we de Timmerwerk-plaats van Frenken. Ook in vroeder tijd werd hier veel met hout gewerkt. De oude “Lemme-Baer” (H.Frenken) was namelijk radmaker. Voor een volgend noemenswaardig punt moeten we circa een kilometer verder gaan. We zijn dan het bordje “Leveroy, gem. Heythuysen” reeds voorbij. Wij zien dan direkt rechts het voormalige gebouw van de Boerenleenbank liggen, waar toendertijd ook de kassier P.Alofs (Meisters Pjaer) woonde (thans fam. Raetsen.)

Een stukje verder links zien we het meest monumentale pand van Maxet: “Scheurshof” (fam.Landeweerd). Het hof wordt al in 1630 genoemd en de bewoner toen was een zekere Cranenburgh. Het hof zoals het er nu ligt werd gebouwd door Gerardus Houben en Antonia op i/ Root in 1768. Hun namen staan verankerd in een der zijgevels van het woonhuis en zijn op de keukenvloer in een mozaïek van maaskeien vereeuwigd. Doordat het hoofdgebouw voor het grootste gedeelte woonhuis was en maar een klein gedeelte voor het

boerenbedrijf bestemd,’is de veronderstelling misschien juist dat Schreurshof een teutenboerderij was. Wel weten we dat de oude schuur, die nog dichter “op” de weg lag dan de huidige, het “Brouwhoeës genoemd werd. En dat niet onterecht. Er was hier na melijk een brouwerij en stokerij. Schreurshof valt onder monumentenzorg evenals de Thomassenhof die er schuin tegenover ligt. Thomassenhof (fam.Naus-Houben) werd in 1804 gebouwd door Petrus Thomas Houben zoon van voornoemde Gerardus Houben en Antonia op ‘t Root. Het hof was vroeger leerlooierij en zadel-makerij. Ook had men er een zeer deftig café. De drank (klare en bier) die er geschonken werd, kwam van Schreurshof.

Vanaf 1887 werd het bedrijf geleid door Gerardus Hubertus Houben (Thoeëmesse Graadje). Zadelmaker was Graadje nog wel, maar de leerlooierij liet hij voor wat het was. Hij schakelde steeds meer over op het boerenbedrijf, zodat na verloop van tijd eerst de zadelmakerij en in 1914 ook het café verdwenen. Naast Thomassenhof ligt het kerkhof. Vanaf 1729 tot 1924 stond daar de pastorie (na 1868 kapelanie). Bij de bouw van de nieuwe kerk in 1924 werd dit grote herenhuis afgebroken.

(Hier deed zich de volgende vreemde situatie voor: Pastoor Gerardus Hermanus Verstegen was pastoor te Leveroy, werd in 1795 deken te Weert, woonde op Heytser grondgebied welke toen nog viel onder het dekenaat Helden.)

Tegenover het kerkhof staat tegenwoordig een “Burgerhoeës; vóór 1930 stond hier een oude boerderij, die door sommigen “bie de Menderkes” genoemd werd. De oudst bekende bewoners van deze boerderij was de familie Greefkens. Dan komen we aan het bord “Leveroy gem. Nederweert”. Hier eindigt Maxet; we maken rechtsomkeer en gaan terug via de Kerkstraat naar de Onderweg. Hier vinden we rechts de “Looijenhof” (fam.Heymans). Daar woonde in de 19e eeuw de familie Steijvers. Ook woonde daar van Moor sel die getrouwd, was met de baronesse Alexandrienna

de la Marck de Baexem. Hij was een zoon van een zeer rijk geslacht uit Brabant en zij was de dochter van de Baron van Baexem. Ernaast woonde toendertijd “Smeed Manus” (H.Hermans diens zoon uit zijn eerste huwelijk, Cornelis, was priester en professor te Leiden. Zijn zoon uit zijn tweede huwelijk, Dorus (Smeedse Doeër), was jaren-lang kerkmeester te Leveroy.

Gaan we van daaruit eerst links en dan direkt rechts e Scheyvenhofweg op, dan komen we uit allereerst aan de boerderij “Gubbels” huize Tongerloo (fam. Rooyakkers) De boerderij wordt reeds eind 18e eeuw genoemd en de toenmalige bewoner was ene Hillekens.

Naast Gubbels vinden we de boerderij “op Greete” (fam. Biemans). De oudst bekende familie die daar woonde is de fam. Coolen. Deze Familie verhuisde omstreeks 1890 naar looijenhof.

Even voorbij Greete komen we aan de Scheyvenhof, het hof waar de straat naar genoemd is (nu fam. Kessels). De boerderij wordt vaak verwisseld met het grote hof die er tot 1969 naast lag: “Reyndershof”. Dit prachtige gebouw werd in 1810 gebouwd en moest helaas na de ruilverkaveling verdwijnen.

Vlak achter de verdwenen Reyndershof ligt “de Winne’ (fam.Klauwers) Hier woonde aan het eind van de 19e eeuw begin 20e eeuw een Heythuysen zeer bekende persoonlijkheid: “Winne Fried” (G.Kirkels). Deze “Leiverder” was in Heythuysen o.a.: de eerste voorzitter van de R.K. Boerenbond en mede oprichter van de Boerenleenbank aldaar en tevens lid van de gemeenteraad. Iets voorbij de Winne rechts, staat een nieuw huis. Iedereen kent echter nog de oude boerderij “Boats” die daar lag, met zijn vreemde dakkonstructie.

Slaan we dan linksaf dan ligt daar na 100 meter links een boerderij genaamd “Bosser” (fam.Kurtjens) Deze boerderij staat ook al aangegeven op kaarten van 1800. Ook staat op deze kaart “Cranen” aan-gegeven; we moeten dan aan Bosser rechtsaf slaan de Bosscherkampweg op en dan de eerste oude boerderij links. Schuin achter Cranen staat op die kaart ook nog een groot bouwkomplex genaamd “te Vlaenders” aangegeven.

 

LEVEROYSE BERGEN

[hemen wij u ook nog even mee over de Leveroyse bergen, het geen ook bij Maxet behoord. Laten we daar-bij beginnen op de Reulisweg, welke ligt tegenover Schreurshofweg. Als we ongeveer 100 mtr. op de Reu lisweg zijn zien we rechts een immense treurwilg staan. Achter de bladeren van deze boom verscholen ligt een timmerwerkplaats (H.Frenken) Ook in vroeger tijd was dit een timmerwerkplaats en wel die van Lemme Wuim (W. Frenken). Rijden we dan een paar 100 meter verder dan ligt er rechts een klein boerderijtje “De Ruter” (fam.Raemakers). Waar de naam de Ruter vandaan komt blijft een raadsel, wel staat dit boerderijtje op kaarten van rond 1800 reeds ver neld onder de naam “te Rugters”. De Reulishof (fam. Timmermans) die links van de weg ligt hoort niet neer bij Maxet, daar deze op de gemeente Nederweert ligt. Gaan we achter Reulishof rechtsaf de Bergen weg op, dan zien we links “Klaossen” (fam.Bindels) liggen. De naam “Klaosse” komt af van Nicolaas Kierkels, die waarschijnlijk ook de boerderij gebouwd neef. Nicolaas Kierkels was geboren te Heythuysen in 1800 en trouwde met Gertrudis Verhaag, die in 1804 geboren was, in 1824. Klaosse was een voor die tijd zéér grote boerderij, want bij zijn dood in 1873 liet hij na voor zijn dochter Joanna Maria: 26 en een half hectare bouw- en grasland en bijna 4 hectaren heide. Joanna Maria bleef op de boerderij wonen en trouwde in 1844 met Peter Heijmans geboren te Grathem. Het echtpaar was dus in 1894 vijftig jaar getrouwd. De mis werd toen opgedragen door 2 zoons en 1 neef van het bruidspaar. De schutterij St. Barbara, de fanfare van de St. Josephsvereniging Weert en fanfare L’union uit Heythuysen brachten het bruidspaar een serenade. Naast “Klaosse” Ligt nog een boerderij genaamd “Gierkens” (fam. Wuls). Deze boerderij lag vroeger op een perceel dat de vorm had van een vlapunt en zo”n punt noemde men “een Gierke” vandaar de toepasselijke naam “Gierkes”.

Een stukje voorbij Gierkes ligt een boerderij die wij onder naam “Bie Mieënes” kennen. De boerderij heeft in feite een andere naam n.l. “Aen de Bergen” zoals zij ook reeds op oude kaarten genoemd wordt. De huidige bewoners hebben de “moderne” bijnaam “die van Mieënes” (fam.Mestrom-Coenen) terwijl hun buren (fam. van de Schoor) de oude bijnaam “Bergs” nog dragen. Zij, de familie Van de Schoor-Willekens waren namelijk de oorspronkelijke bewoners van “Aen de Bergen”.

Voorbij Van de Schoor ligt rechts een oud boerderijtje genaamd “Wieën”. Ook deze boerderij wordt op de kaart van rond 1800 genoemd, maar ook een perceel er schuin tegenover dat “onder de Wieën” genoemd werd. Naast Wieën (H.Kessels) ligt “Flupse”, (fam.Pouls). De naam Flupse is een dialectnaam op oude kaarten heet het hier namelijk “te Philips”.

LIESJESHOEK

Een rondreisje door de Liesjeshoek wat betreft het Maxeter gedeelte is nogal snel gebeurt. We rijden dan de Liesjeshoek in vanaf de kerk en we hoeven dan alleen te letten op de huizen aan de linker-kant. Allereerst vinden we daar een heel klein huisje (Pater Crins). Het pandje werd gebouwd als boterfabriekje van Leveroy zo omstreeks 1900. Het heeft maar enkele jaren dienst gedaan als gebouw van “De vereniging tot Verbetering van de Zuivel-bereiding De Hoop”. In 1906 ging men samen met Heythuysen.

Een paar honderd meter verder vinden we een ander klein pandje (fam.Peeters). Waar gedurende een veertigtal jaren winkel en bakkerij geweest is eerst van bakker Küster en later van bakker Houben

Daarnaast ligt de “Op Heyshof”, thans boerderij met beugelbaan. Als iets zeer aparts kunnen wij over deze boerderij zeggen dat deze een der laatste boerderijen was waar de bewoner dezelfde naam droeg als de boerderij. Tot aan het begin der zeventiger jaren heeft hier namelijk steeds iemand van de

familie Op Hey gewoond. Ook de huidige bewoner, H. Mestrom, stamt nog uit deze familie, hij wordt dan ook met recht “Op Heys Harrie” genoemd.

Tags: