Het verhaal van Peter Crins, die kleurrijke sprekers naar Leveroy haalt



Triest dat we de kunst van het verhalend vertellen zijn verleerd.

Peter Crins, die kleurrijke sprekers naar Leveroy haalt

PASPOORT:
Naam: Peter Crins
Geboren: 10-8-1951 in Swartbroek
Woonplaats: Leveroy
Huwelijkse staat: getrouwd met Tiny Crins-Langers;
kinderen Martijn (10) en Ron (7)
Beroep: beheerder gemeenschapshuis
Bijzonderheid: stond vijf jaar geleden aan de wieg van de stichting Culturele Informatieve Aktiviteiten (CIA)

Je kunt gerust stellen dat ik verslingerd ben aan mensen die een avontuurlijk bestaan leiden en daarover op een boeiende manier weten te vertellen. Ik heb nog een tijdje op het klein seminarie gezeten met de bedoeling als missionaris in exotische oorden te gaan werken, maar dat is er nooit van gekomen.

Toch ben ik als voorzitter van de stichting Culturele Informatieve Aktiviteiten, hier in Leveroy, met mijn neus in de boter gevallen. Sinds de oprichting van de CIA, nu bijna vijf jaar geleden, heb ik allerlei kleurrijke gastsprekers naar Leveroy gehaald. Of het nu een pater was die jarenlang tussen de eskimo’s had geleefd, of een globetrotter die met een zelfgebouwd vlot over alle wereldzeeën had gevaren. Iedere spreker had een machtig mooi verhaal te vertellen.

Het gebeurt bij herhaling tijdens zo’n lezing dat de zaal muisstil is. Daar kan ik echt van genieten. Al die verhalen vormen voor mij een verademing bij de hausse aan oppervlakkige prietpraat en zogenaamd amusement waarmee we dagelijks via de tv worden overspoeld. Ik vind het triest dat we de kunst van het verhalend vertellen zijn verleerd. Wat dat aangaat had ik liever geleefd in de Middeleeuwen, het tijdperk van de troubadours. Tegenwoordig moet alles in onze samenleving snel en flitsend zijn. We horen ontzettend veel via radio en tv. Maar of we in staat zijn om een poos goed te luisteren? Ik vraag het me wel eens af. Slechts weinigen kunnen een goed verhalenverteller nog op z’n waarde schatten.

Het leven in onherbergzame oorden fascineert mij inderdaad mateloos. Neem nou iemand die in Alaska met een hondenslee door de sneeuw trekt en vervolgens in z’n iglo bij een behaaglijk temperatuurt je de benen strekt, terwijl het buiten dertig graden vriest. De eenling die zich onder barre omstandigheden weet te redden. Dat spreekt mij ontzettend aan. Verschillende lezingen, die ik heb georganiseerd, gingen over dat onderwerp. En ongetwijfeld zullen er nog de nodige volgen. Van de andere kant ben ik niet alleen de man van de eskimo’s en de papoea’s.

Leveroy heeft me ook gegrepen. Ik ben nu al ruim een half jaar bezig met de voorbereidingen voor een oorlogsdocumentaire over Leveroy. Vlak voor de viering van de vijftigste bevrijding in mei is de première gepland van de documentaire, die twee keer drie kwartier gaat duren. Bij zo’n klus komt ongelooflijk veel om de hoek kijken. Daarom doe ik dit werk samen met Peter Hermans, Pieter Knippenberg, Harrie Bongaerts en Guus Steegh. Zij zijn allemaal aktief voor de CIA.

In het begin heb ik me zo goed mogelijk gedocumenteerd door allerlei boeken over de bezettingstijd van Leveroy erop na te slaan. Inmiddels hebben we meer dan twintig mensen, onder wie oud-inwoners van Leveroy, geïnterviewd. We proberen onder meer een beeld te geven van het verzetswerk en de mensen die vroeger onderdak hebben verschaft aan onderduikers. Ook komt een vrouw aan het woord die heeft gezien hoe de Duitsers op 14 of 15 november, daags voordat Leveroy bevrijd werd, de kerktoren hebben opgeblazen. Verder proberen we de kijker te laten zien in hoeverre het leven van alledag in een klein dorp met zo’n achthonderd inwoners werd beïnvloed door de oorlog.

Met het maken van deze documentaire gaat voor mij een droom in vervulling.
Over de Tweede Wereldoorlog had ik sowieso al veel boeken gelezen, maar over de oorlogsjaren in Leveroy wist ik nog betrekkelijk weinig. En dat terwijl ik hier al jarenlang woon.
Het mooiste van alles is dat ik via deze klus ook op het spoor ben gekomen van een volgende gastspreker. Dat is de 75-jarige Anton Fuchs uit Oostenrijk. Hij deserteerde in september 1944 in Leveroy, nadat hij al bijna zes jaar lang met de Duitsers had gevochten. Een oudere inwoonster uit Leveroy had me verteld dat een familie aan de Dorpstraat onderdak had geboden aan een ’Duitse’ soldaat, die na de oorlog hierover een boek had geschreven. Via een familie in Boxmeer, die in het bezit was van dat boek, heb ik Fuchs uiteindelijk kunnen bereiken. Ik was dolblij dat de man nog leefde en bereid was naar Leveroy te komen. Komende zaterdag houdt hij om 20 uur in het gemeenschapshuis een lezing over zijn oorlogsbelevenissen.

LUC SMEETS

Tags: