LLTB-er Mart Dings

0 Comment


Meer inzicht in structuren van Nederlandse landbouw

Ik heb tijdens de Topkader cursus van de KNBTB meer duidelijkheid gekregen in de structuren van de Nederlandse landbouw, van zijn organisaties en coöperaties, zegt de 47-jarige Mart Dings uit het Limburgse Leveroy bij Neder-weert.

Daardoor krijg je meer lef om allerlei zaken aan te pakken. Hij noemt als voorbeeld de problematiek rond de coöperatie Coveco, die heel moeilijke tijden doormaakt. Ik kan en mag daarover praten, omdat ik een fors bedrag heb moeten betalen voor de instandhouding van Coveco. De hoogte van dat bedrag was afhankelijk van het aantal jaren, dat men varkens aan Coveco levert en het aantal varkens dat jaarlijks bij de slachterij in Weert op de stoep staat. Wij, leden van de coöperatie, waren helemaal overtuigd dat het goed ging, dat Coveco op rozen zat. Het is ons allemaal door de vingers geschoten, want we hadden geen kennis en inzicht van wat er in het bedrijf omging, aldus Dings, die ervan overtuigd is dat de Topkader cursus de deelnemers zoveel informatie en achtergronden geeft, dat men verantwoord in de keuken van de coöperatie kan kijken. Het mag niet zo zijn, dat de leden horen dat het met hun coöperatie verkeerd gaat, als het kwaad al geschied is.

Dings vertelt voorts dat men tijdens de twee cursusweken de landbouwproblemen van veel kanten intensief bekijkt. Het geeft je handvatten om in de eigen afdeling vol goede moed verder te kunnen in het belang van de agrarische sector.

Voorts wil hij kwijt dat ook een persoonlijke kwestie een rol gespeeld heeft bij de opgave voor de cursus. Hij vertelt dat zijn bedrijf 33 melkkoeien met jongvee en 70 zeugen met de nodige fok biggen voor de mesterij (oplegcapaciteit voor 450 stuks) omvat. Hij heeft de beschikking over 19 ha weiland, waarvan IV2 ha eigendom en IW2 ha (op 800 meter van het huis) gepacht, terwijl ongeveer 3 ha snijmais wordt bij-gepacht. Het gezin bestaat naast Mart en moeder Riek uit zes kinderen, waarvan de jongste 10 en de oudste 20 jaar is. De oudste dochter doorloopt de middelbare landbouwschool (A-niveau) in Roermond, terwijl de zoon van bijna 19 jaar op de B-opleiding zit. Je voelt wel welke kant ik uit wil.

Ik ben zelf 47, mijn dochter 20 en zoonlief is bijna 19 jaar; de bedrijfsopvolging is net een draaimolen waar ik nog niet uit ben. Omdat bij de Topkadercursus de bedrijfsopvolging aan de orde komt, heb ik me direct opgegeven. Het is een probleem, dat in mijn situatie heel erg speelt. Na alles wat ik bij de cursus gehoord heb, ben ik gesterkt in de gedachte, dat mijn zoon in goed overleg in de toekomst moet omzien naar een ander bedrijf in de buurt. Vóór die tijd daar is, kan hij het best een baan zoeken bij de bedrijfsverzorgingsdienst om zich in het vak te bekwamen. Als hij dan spaart, heeft hij bovendien met de aankoop van een nieuw bedrijf ook minder problemen, aldus Mart Dings.

Tags: