Broers Pierre, Frans en Nic samen al 183 jaar schutter

0 Comment


De Janssen kenden ook op het OLS hun plicht

Geen beter leven dan een schuttersleven. Dat gaat zeker op voor Pierre (83), Nic (79) en Frans Janssen (67) uit Leveroy. De drie broers zijn samen al 183 jaar lid van schutterij Sint Barbara uit het 1000 zielen tellende plaatsje. Ze hebben het schuttersbloed van ‘geen vreemden’. Grootvader was vijftig jaar lid van de schutterij, vader was schutter en ook de overleden broers Sjeng en Harie droegen het uniform van de schutterij. In Leveroy en omgeving zijn de broers beter bekend als Plicht Pierre, Plicht Nic en Plicht Frans.

Leveroy heeft in de loop der jaren een OLS-reputatie opgebouwd. Winnaar in 1960, ’62 en ’67. Later besloot de Federatie dat een OLS niet twee keer binnen vijf jaar in dezelfde plaats georganiseerd mocht worden. Dit onder andere ook om zo’n schutterij organisatorisch niet te zwaar te belasten.

Toen Leveroy in 1967 voor de laatste maal het OLS won, vormden de drie broers de helft van het winnende zestal. De droom van elke schutter – eenmaal het OLS winnen – werd werkelijkheid. Pierre had al twee maal eerder het heerlijke zoet van de OLS-overwinning mogen smaken. Hij is waarschijnlijk de enige schutter in Limburg die drie keer deel heeft uitgemaakt van een winnend OLS-zestal.

Pierre herinnert zich nog als de dag van gisteren, dat vroeger de drumband van Sint Barbara uit twee personen bestond: Pierre als drager van het drapeau en zijn broer als trommelslager. Gemakkelijk bij repetities. Nu telt de schutterij 59 leden, waarvan er 24 deel uitmaken van het tamboerkorps/drumband.

Voor de Janssens staat kameraadschap in het schutterswezen voorop. Pierre: „Als het raak is, drinken we omdat het raak is. Schieten we mis, dan drinken we omdat het mis is”. Daaruit mag beslist niet worden geconcludeerd dat de Leveroyse schutters een ‘laat maar waaien’-instelling hebben. Voordat een schutter – de buks op zijn schouder rustend – naar het bolletje tuurt, heeft hij al veel spanning moeten verwerken. De rasechte schutters hebben dat er echter graag voor over. Pierre weet nog maar al te goed dat hij in 1961 voor het OLS in Limbricht enorme pijn aan een voet had. Hij durfde er niet mee naar de dokter. Stel je voor dat hij niet mee mocht schieten. Na dat OLS was de pijn weg en. . .de overwinning in Leveroy.

Het stilhouden van de buks is alles, meent Frans. Zijn broers knikken instemmend. „Het is een kwestie van die spanning beheersen. Lukt dat, dan ben je al voor de helft op weg”. Nic vult aan dat de kwaliteit van het materiaal een slok op een borrel scheelt. „Tegenwoordig is ook de buks en al het andere materiaal veel beter. Bijna alles wordt afgeschoten”. Maar ook de onderlinge band tussen de leden van het zestal speelt een rol. De schutters moeten op elkaar vertrouwen. Schiet nummer een raak, dan is dat de stimulans voor nummer twee om ook zijn prooi naar beneden te halen. De eerste ronde is de zwaarste. Frans: „Let maar eens op hoeveel schutterijen er de eerste ronde uitvliegen. Dat is bij het kavelen net zo. Als het ijs maar eenmaal gebroken is, loopt de rest meestal gesmeerd”. Toch zijn ze het roerend met elkaar eens dat het winnen van de Oaje Limburger voor een groot deel afhangt van de vorm van de dag.

Heb je dan eenmaal gewonnen, is het OLS binnen, dan is het feest. Zo’n overwinning is voor het zestal mooier dan Abraham zien of trouwen. Frans legt uit waarom: „Bij een trouwpartij weten bruid en bruidegom weken van tevoren dat op die datum een en ander staat te gebeuren. Bij het OLS liggen zoveel kapers op de kust, dat je alleen maar kunt hopen op een overwinning. Pas de laatste vijf minuten – als de enig overgebleven concurrent heeft gemist. – is duidelijk dat je de kans hebt de Oaje Limburger mee naar huis te nemen. Daar leef je heel anders naartoe dan naar een trouwpartij”.

De terugkomst in eigen dorp met een OLS-overwinng is het mooiste wat de Janssens ooit hebben meegemaakt. De aankomst van de gladiatoren was dan tevens het startsein voor een dagenlang feest in Leveroy: In een kleine plaats zijn de mensen nog meer van elkaar afhankelijk. Het lijkt wel alsof er meer gemeenschapszin heerst. Als er iets te feesten valt, zijn ze er. Maar ook als je hulp nodig hebt, kun je op mensen rekenen”. Frans, die ook vijftien jaar in het bestuur van Sint Barbara zat en mede daarvoor het koninklijk zilver kreeg, vindt die bereidheid om te helpen ook binnen de schutterij een doodnormale zaak: „Als je bij een club bent, moet je er zijn. Punt uit”.

Behalve schutters zijn de Janssens ook verwoede kaarters. Na de optocht en voor de schietwedstrijden zijn ze gewoonlijk in de tent te vinden, waar ze onder het genot van een borrel of pilsje klaverjassen. Om de verrichtingen van hun eerste zestal op het OLS te volgen, laten ze de kaarten in hun binnenzak. Elk schot wordt nauwkeurig bekeken. „Want”, zegt Pierre, „het wordt weer eens tijd voor een Oud Limburgs Schuttersfeest in Leveroy”.

 

Tags: