Vrouwen in een mannenbastion


Categories :
Tags:
door Jan Hensels
Bron; de Limburger
Foto’s: Roger dohmen

 

De jagerswereld geldt als een mannenbolwerk. Toch rukken ook hier de vrouwen op. De Limburgse zussen Aniek en Jenny Verheijen haalden een paar jaar geleden hun jachtakte en schieten nu regelmatig raak.
„Het heeft wel voordelen dat ik een vrouwelijke jager ben. Ik krijg best vaak een uitnodiging om mee op jacht te gaan”, zegt Aniek Verheijen (29). „Wacht maar tot je 65 bent”, reageert haar oom Henk Verheijen, ook jager, met een grijns. Aniek maakt samen met haar zus Jenny (25) deel uit van een klein maar groeiend aantal vrouwen in de Limburgse jagerswereld.

De twee haalden twee jaar geleden hun jachtakte. Inmiddels heeft het jachtvirus hen flink te pakken. De mix van de spanning van de jacht en de ontspanning van het bezig zijn in de vrije natuur werkt verslavend. „Er is niks mooiers dan dat je in de vroege ochtend buiten in het veld aan het jagen bent en je het langzaam licht ziet worden. De meeste mensen liggen dan nog in bed”, vertelt Jenny. Aniek kent nauwelijks iets mooiers dan een nacht in de hoogzit, geweer en nachtkijker bij de hand. „Je ziet dan dieren als een das voorbijkomen die niets in de gaten hebben. Net alsof je infiltreert in de dierenwereld.” De twee zussen rolden er een beetje bij toeval in. Aniek en Jenny groeiden op in Leveroy waar het jagen, net als op veel andere plaatsen, hoofdzakelijk een mannenaangelegenheid was. De rol van de vrouwen bestond uit het klaarmaken van het geschoten wild. Alleen kregen de jagers van de plaatselijke jagersvereniging Diana geen zonen aan wie ze de fakkel konden doorgeven maar dochters. Vader Tjeu Verheijen haalde zijn dochters over om na hun studie de jachtakte te halen. Nu kan hij samen met zijn dochters jagen. Bovendien zorgen de zussen voor vers bloed. Aniek Verheijen zet zich bijvoorbeeld in als secretaris van wildbeheereenheid De Waterbloem.

 

Aniek en haar zus hebben 15 oktober als de jacht op haas, fazant en houtduif opent de hele dag vrij gehouden. Met vader, oom Henk en enkele andere ervaren jagers gaan ze eropuit. Ze trekken in hun ouderlijk huis hun waterdichte, jagersgroene kleding aan. Een paar groene laarzen en een jagershoedje maken het beeld compleet. Ze dragen dezelfde outfit als de oudere jagers.

Toch onderscheiden ze zich wel degelijk. De zussen hebben namelijk een mobiele telefoon in de hand waarop ze een jacht-app checken. Een bevriende jager wenst hen via het mobieltje Wailmannsheil, een gelukkige jacht, toe. „Waldfrausheil”, grapt Jenny. Aniek studeerde rechten en Jenny werkt als apothekersassistente. In het dagelijks leven leiden ze het leven van een moderne jonge vrouw. Tijdens de jacht draaien ze de knop om. Ze gebruiken bijvoorbeeld bij de jacht op wilde zwijnen geen deodorant om de dieren met hun fijne reukzin niet af te schrikken. Tijdens het jagen stappen ze in een andere wereld, een die nog bol staat van tradities. Een van die gebruiken is volgens hen dat de jager die voor de eerste keer een haas schiet zijn broek moet laten zakken, terwijl een ander het geschoten dier tegen de kont zwaait. De broek mochten de zussen aanhouden.

Wel ondergingen ze een andere vorm van ontgroening. Na het schieten van hun eerste wilde varken kregen ze een veeg varkensbloed over hun gezicht. Het schieten van het eerste zwijn maakte diepe indruk. „Terwijl ik in de hoogzit zat, hoorde ik geknor. Het dier stond met zijn snuit naar me toe.

Ik moest wachten totdat het wilde varken van positie veranderde zodat ik hem met een kogel in zijn hart kon raken. Mijn hart bonsde zo hard in mijn keel dat ik dacht dat het dier het zou horen”, vertelt Aniek. Ook de eerste keer dat zij een ree doodde, maakte indruk. „Ik vind het niet zielig om een dier te schieten, maar bij het eerste reebokje moest ik wel even slikken. Het was een mooi dier dat achter een reegeit aanzat.” Ze gaan vaak op pad zonder iets te schieten. Aniek: „Ik had mijn jachtakte al een jaar toen ik voor het eerst een dier schoot.” Volgens de zussen staat respect voor de dieren en veiligheid centraal. Jenny krijgt tijdens de jacht de kans om met een schot hagel een uit het veld opspringende haas te vellen. Ze haalt de trekker niet over, omdat ze niet het risico wil lopen dat ze een van de jachthonden raakt.

 

Haar oom waardeert haar voorzichtigheid. „Een goede vrouw moet je met een zaklamp zoeken, een goede jachthond met twee lampen”, zegt hij droog.
De partners van de zussen gaan doorgaans niet mee op jacht. Hun vrienden leggen vervolgens wel het vlees op de barbecue. De zussen weten dat de jacht bij een deel van de bevolking gevoelig ligt. Aniek: „Mijn vader is vroeger door voorbijgangers wel eens uitgemaakt voor moordenaar. Dat heb ik gelukkig nooit meegemaakt. Dat zou me wel pijn doen omdat ik dit naar eer en geweten doe.”