Eliza – St. Victor


eliza of stvictor

eliza of stvictorNaam/Aanduiding Sint Victor Ligging Kelpenweg 10 

Plaats Leveroy Gemeente Nederween Provincie Limburg Bouwjaar 1898

– Verdwenen 1944

– Type Beltmolen (lokaal: Bergmolen)

– Aandrijving Windmolen Categorie restant Functie Korenmolen 

Externe verwijzingen

Meer informatie bij: Allemotens.ni, Ten-Bruggencatenummer 02783
Constructie Kenmerken Stenen molen Inrichting N.v.t., garage Romp Ronde bovenkruier Kruiwerk Buitenkruier

Geschiedenis

De windmolen van Kelpen, zoals hij in de volksmond en onder de molenaars werd genoemd, stond bij het vroegere stationnetje van Kelpen aan de weg Nederweert naar de rijksweg Weert-Roermond. De molen behoorde tot het dorp Leveroy en stond nog juist binnen de gemeente Nederweert. Ter plaatse vormt de Leveroyse Beek, thans de Tungelroyse Beek genaamd, de gemeentegrens tussen Nederweert en Grathem.

Het dorp Kelpen behoort tot gemeente Grathem. In tegenstelling tot vroeger jaren is Kelpen thans een aanzienlijk kerkdorp, waarvan de kom op een afstand van ongeveer drie kilometer van de vroegere plaats van de molen ligt. Van de stenen bergmolen is slechts een muurgedeelte, dat in de berg stond, overgebleven.

Op het einde van de 19e eeuw hadden de welgestelde landbouwers Pieter Mathijs en Hermanus Ceraets uit Leveroy op het Hoevenveld een boterfabriek en een stuk bouwland, waarop zij in 1898 een stenen bergmolen lieten bouwen. Reeds in 1902 verkochten zij de molen aan Hendrik Bonten, die toen molenaar in Ospel was.

Bonten vestigde zich later als herbergier in het huis met café tegenover het station Kelpen.

In 1915 liet Bonten de windmolen en het huis met café door notaris Rutten uit Heythuysen openbaar verkopen. De nieuwe eigenaar van de windmolen werd Henri Symkens, molenaar op de windmolen van Oler.

In 1924 liet hij bij de molen een molenaarshuis bouwen, later een houten pakhuis. Als hulpkracht werd een maalstoel van profielijzer met een koppel 15-er kunststenen gebruikt en een Dekkers-ruwoliemotor. Op het einde van de jaren dertig werd in plaats van de Dekkersmotor, die aan vervanging toe was, een National-dieselmotor van 28 Pk gelegd. Deze motor van Engelse makelij behoorde in die tijd tot de beste in zijn soort.

De windmolen van Kelpen had als kenmerk een grote kap op de molenromp en een lage molenberg. De kap met daaronder een Engels kruiwerk lag reeds op de molen toen Symkens eigenaar werd.

Zonder twijfel zijn de kap en het kruiwerk van een andere molen afkomstig. die een grotere rompdiameter had. Om het kruiwerk met de kap op de romp te kunnen plaatsen. werd de middellijn door het opmetselen van een aantal steenlagen vergroot. Of dit reeds bij de bouw moest gebeuren of dat de molen later door een calamiteit het gevlucht heeft verloren, is niet bekend.

De windmolen had in zijn tijd twee koppel 17-er kunststenen en een koning, die tot op de vloer van de steenzolder liep. Van deze molen was bekend, dat hij daardoor overkruide. zodat de kammen van het spoorwiel en de staven van de rondsels op de staakijzers meer of minder diep in elkaar grepen als de molen in een andere windrichting werd gekruid. In 1934 brachten de molenmakers Willem Adriaens en zijn zoon Huub uit Weert op de twee Potroeden het Dekkerstroomlijnsysteem aan. De naam “Eliza” werd toen veranderd in St. Victor de patroon van de molenaars.

In de herfst van 1944 was het een tijd tamelijk rustig aan dit deel van het front, waar het kanaal Wessem-Nedenveert en de Zuid-Willemsvaart een scheiding tussen het Britse en Duitse leger vormde.

Op 14 november 1944 zetten eenheden van het Britse leger na wekenlange voorbereidingen en met gebruikmaking van de zwaarste artillerie een offensief in om het Duitse front tot de Maas op te rollen. Enige dagen voor het offensief op 11 november, werd de molen door een Duits Sprengkommando vanaf de molenberg opgeblazen.

Na de bevrijding werd de dieselmotor en de maalstoel door Harrie Symkens en zijn zoon Lambert naar Oler overgebracht om daar het maalbedrijf weer zo snel mogelijk op gang te brengen. De oudste zoon Giel of Guillaume, die in de laatste oorlogsjaren in Duitsland te werk was gesteld liet in Kelpen in het begin van de jaren vijftig een nieuwe maalderij bouwen met een elektrische hamermolen en een mengerij van de firma Van Aarsen in Panheel. In het begin van de jaren zeventig werd het bedrijf opgeheven.

Bron: Bussel P.v te M’s van Lb”, 1991 p.486,487