Geertje Grom debuteert als kinderboekenillustrator met ‘Kompas met vleugels’


Een aantal van de illustraties die Geertje Grom maakte voor ‘Kompas met vleugels’. illustraties Geertje Grom

KINDERBOEKEN
door Adri Gorissen
Bron: de limburger

Illustraties die meer zijn dan schattig

Geertje Grom (Alias van Geertje Claessen)  (Leveroy, 1981) debuteert als kinderboeken illustrator met vijftien prenten in het boek ‘Kompas met vleugels’ van Koos Degeling. Schattige platen, maar liever wil ze wat anders.

Even vooropgesteld, ze is heel erg blij met haar eersteling, maar als Geertje Grom de tekeningen voor Kompas met vleugels over zou mogen doen, dan zouden ze er heel anders uit zien. „Het project heeft drie jaar geduurd, waardoor ik steeds in de stijl van drie jaar terug heb moeten werken. Dat is vervelend, want ik heb me in die tijd als illustrator natuurlijk wel ontwikkeld”, geeft ze als eerste reden aan. „Bovendien heb ik me met die stijl te veel aangepast aan wat de schrijver en de uitgever wilden. Daarom is hij niet genoeg van mij. Eigenlijk zou ik gedurfder en verrassender willen zijn.”

 

Kompas met vleugels is het verhaal van Tessa die een verzwakte duif vindt, deze uit handen van haar cowboy-broer Iwan houdt en nadat ze is aangesterkt de weg terug naar huis laat zoeken. Geertje heeft geprobeerd dat op een goede manier in beeld te brengen, met vooral lieflijke platen. Het is immers een werk in opdracht. Ze streeft er echter naar dat haar illustraties meer zijn dan alleen lieflijk en schattig. „Er moet ook een donkere laag in zitten”, zegt ze, „er moet iets tragisch of absurds bij. Dan is het veel interessanter, zowel voor mij als voor de kijker. Een in pasteltinten uitgevoerde trieste plaat heeft dat bijvoorbeeld. Een prent moet niet alleen schattig of triest zijn, dat is te weinig.”

 

Geertje Grom werkt, na een opleiding grafische vormgeving aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Maastricht, sinds 2011 als illustrator. „Er was toen nog geen studierichting illustreren”, vertelt ze, „want dan had ik die meteen gedaan.

Maar ik dacht indertijd: dat illustreren leer ik me zelf wel. Voordeel is nu dat ik het allebei kan.”

 

Het illustratorschap zit er al haar hele leven in. „Toen ik klein was, deed ik al niks anders dan tekenen.

 

Op de middelbare school maakte ik onder de lessen de ene tekening na de andere. Ik ben jarenlang in de ban geweest van het werk van illustrator Marjolein Bastin, dat in de Libelle stond. Dat is ook weer heel lieflijk en schattig. Het werd mijn droom: een illustrator à la Marjolein Bastin worden.” Inmiddels is Bastin niet meer zo’n voorbeeld en heeft ze nauwelijks andere voorbeelden. Er is ook niet een bepaalde stijl die ze graag zou willen hebben. Ze gebruikt meerdere stijlen. Grom: „Ik krijg vaak te horen dat ik geen eigen stijl heb. Dat klinkt dan als een verwijt, maar ik vind het niet storend. Eigenlijk is een eigen stijl onzin, want dat is een trucje. Ik wil, afhankelijk van de opdracht of van wat ik ga doen, kunnen kiezen uit een breed palet, uit meerdere stijlen. Ik wil gewoon kijken wat op dat moment het beste is.”

 

Graag wil Grom nog wat meer kinderboeken illustreren. Maar dan wel gedurfder. „Met verrassende uitsnedes bijvoorbeeld”, denkt ze hardop, „Of met lossere prenten, zoals Quentin Blake die maakt, de illustrator van de jeugdboeken van Roald Dahl, die niet te veel in detail gaat.” Als het even kan, moeten het dan ook nog eens boeken zijn met tekst van eigen hand. Bij het opruimen van haar woning vanwege een verhuizing heeft ze tal van verhalen en aanzetten gevonden.

 

Het opnieuw lezen ervan brengt haar tot de overtuiging dat een volgend boek wel eens door haar geïllustreerd én geschreven kan zijn.

 

Koos Degeling en Geertje Grom – Kompas met vleugels. Uitgeverij Jess, 78 blz. ISBN 97890822961.
Prijs 12,50 euro.
Tags: