CHRÉTIEN BREUKERS


dinsdag, 23 december 2008
CHRÉTIEN BREUKERS
• Chrètien Breukers raakte tijdens zijn studie in Nijmegen in het literaire wereldje verzeild. Hij werd onder meer redacteur van het tijdschrift Tzara.
• Eigen gedichten vonden hun weg naar bladen als Maatstaf, Hollands Maandblad en Bunker Hill. Na zijn debuut met ‘De rand van het domein’ in 1989 verschenen nog vier bundels en stelde hij bloemlezingen samen van werk van o.a. Hans Berghuis en Ad den Besten.
• Nadat hij bijdragen ging leveren aan het poëziedagblad Rottend Staal werd het internet zijn tweede medium.

Gedichten schrijven
„De dichter is niet per se de beste lezer van zijn eigen werk. Zeker als een gedicht net af is, zijn de meeste dichters niet geneigd tot zelfreflectie en zelfkritiek. Toch is een grondige (en kritische) lectuur van eigen werk onontbeerlijk.” Uit: ‘Gedichten schrijven’ door Chrétien Breukers.

De poëzie als blijvende liefde,
Hij bemoeit zich nadrukkelijk met het hele literaire leven in Nederland, maar toch is Chrétien Breukers bovenal dichter. Onlangs verscheen zijn nieuwe bundel Tongebreek & Niemendal’ en in januari komt zijn boek ‘Gedichten schrijven’ uit.

door Adri Gorissen

Hij voelt zich geen zendeling. Toch heeft de grote inzet van Chrétien Breukers (Leveroy, 1965) voor de poëzie in Nederland daar wel iets van weg. „Ik vind dat poëzie een grotere rol in het literaire veld moet krijgen dan ze nu heeft”, verwoordt hij zijn drijfveer. „Daar wil ik graag aan bijdragen.” Dat bijdragen doet hij op tal van manieren. Zo is Breukers één van de drijvende krachten achter de poëziewebsite De Contrabas, die dagelijks nieuws, gedichten en recensies van poëziebundels brengt. Hij is bovendien redacteur van de gelijknamige uitgeverij, die een reeks gedichtenbundels op de markt brengt. Verder verzorgt hij een poëzierubriek in het gratis dagblad De Pers, is hij redacteur van het Belgische blad De Brakke Hond en stelt hij poëziebloemlezingen samen. Een belangrijk wapenfeit op dat laatste vlak is zijn in 2006 uitgekomen 25 jaar Nederlandstalige poëzie,19802005, in 666 en een stuk of wat gedichten. Een bloemlezing die begint, waar die van Gerrit Komrij ophoudt, en die inmiddels als bijnaam al De Vette Breukers heeft. Natuurlijk is er ook nog zijn eigen werk. Sinds zijn debuut in 1989 met De rand van het domein verschenen in totaal vier bundels, die als gemeenschappelijk thema afkomst hebben. Onlangs kwam daar een vijfde bundel bij, getiteld Tongebreek & Niemendal, waarin dat thema weer uitdrukkelijk aan de orde komt. Breukers heeft zijn leven rond de poëzie gebouwd, dat is wel duidelijk. Zijn belangstelling daarvoor was er al vroeg.

Ze werd in zijn puberjaren gewekt door het zien van een scène uit de dramaserie Ik, Claudius, waarin hoofdrolspeler Derek Jacobi gedichten schrijft op boekrollen, en later door het lezen van het vers Zwerversliefde uit de gedichten-bundel Voorbij de wegen van Adriaan Roland Holst. Het waarom bleef schimmig, maar hij wist toen dat poëzie zijn domein Was. „Het was een soort herkenning”, vertelt Breukers, „zo van, dit is het voor mij. Mijn interesse was meteen ook heel monomaan. Andere jongens van mijn leeftijd hadden zo’n liefde voor Bob Dylan. Er was voor mij meteen niks anders meer en het bleek een blijvende liefde. Poëzie is de uitingsvorm die mij het beste ligt.” Een bestaan voor en ook van de poëzie, daaraan dacht hij toen nog niet. Toch is dat inmiddels het geval, ook omdat hij er in 2001 nadrukkelijk voor heeft gekozen. „In dat jaar stierf een vriend van me, die ook dichter was, op 41-jarige leeftijd. Toen dacht ik, je bent nu zelf 36 en je moet kiezen: of-je blijft aanrommelen of-je maakt er nu serieus werk van en gaat je best doen om er wat van te maken. Ik heb
voor dat laatste gekozen en tot-nog-toe met succes.” Die keus heeft tot een hele reeks publicaties geleid, waarvan de bundel Tongebreek & Niemendal de jongste is. Het is heel opmerkelijk in deze tijd een bundel met religieus getinte poëzie. Breukers volgt met zijn gedichten de loop van het kerkelijk jaar, beginnend in de laatste week van de adventstijd. Hij roept er een verloren katholieke wereld in op, daarmee aanhakend bij het thema uit zijn eerdere bundels: afkomst. Maar ook gaan de gedichten over de relatie tussen vader en zoon, tussen God en Jezus Christus. Volgens de dichter bleek al werkend aan de nieuwe bundel dat hij zich moest verstaan met het geloof en met name dat uit zijn geboorteland Limburg. „Ik heb het echte rijke roomse leven natuurlijk niet meer meegemaakt, alleen een verwaterde vorm. Toch bleek dat kerkelijk jaar en alles wat zich daarin af
speelt in mijn systeem te zitten. Het was onderdeel van mijn culturele achtergrond, het betekende iets. En ondanks dat ik niet in God geloof, moest ik er mij mee uiteenzetten.” Dat laatste doet hij op heel eigen wijze, want hij laat bijvoorbeeld Christus bedanken voor de wederopstanding. Die vindt dat hij al genoeg heeft gedaan door te sterven voor de mensen. In het boek Gedichten schrijven komt al zijn ervaring op poëziegebied bijeen. Het is een soort handleiding voor beginnende dichters, waarin hij mogelijkheden en richtingen aangeeft maar de lezer verder vrij laat in wat hij ermee doet. „Hoe je poëzie schrijft, moet je zelf weten. Iedere dichter heeft al snel een eigen toon en die moet je verder ontwikkelen. Dat is de kern. Het enige wat ik nadrukkelijk in het boek zeg is, dat je niet moet denken dat een dichter een soort ziener of een profeet is. Dichten is echt een vak, het is geen roeping of zo. Dat is ook mijn eigen insteek: niemand heeft mij geroepen.” Een blijvende liefde is er bij Breukers niet alleen voor de poëzie, maar ook voor Limburg. Hij leest elke morgen op internet de krant en houdt scherp in de gaten wat er gebeurt. „Ik ben Limburgser geworden sinds ik in 1983 uit de provincie weg ben gegaan”, stelt hij, „maar het Limburg waar ik van hou bestaat niet echt. Het is een constructie, een soort kerstboom waaraan ik dingen kan ophangen die te maken hebben met mijn afkomst.” De Limburgse letteren bestaan volgens hem ook niet echt, maar toch volgt hij wat schrijvers en dichters in de provincie doen. „Ik vind het leuk om daar van buitenaf naar te kijken, want dat wereldje is een soort hogedrukpan met daarin een paar mensen met vrij grote ego’s. Ik mag daar graag af en toe de spanning in opvoeren met een stukje of een recensie. Zo publiceer ik nu op het weblog Mijn Limburg het feuilleton De explosie van de Limburgse letteren, waarin al die figuren aan bod komen. De geest van Pierre Kemp en Wiel Kusters zijn de twee hoofdpersonen die met elkaar in conflict komen en Peter Winkels stuurt alles steeds in de war.” Hij erkent ruiterlijk dat de gebeurtenissen in het feuilleton óók zijn ingegeven door persoonlijke rancune en kinderachtigheid. „Maar het is wel heel leuk om te schrijven en te lezen.”

De bundel Tongebreek & Niemendal van Chrétien Breukers is verschenen bij uitgeverij De Weideblik (ISBN 9789077767115). Het boek Gedichten schrijven verschijnt bij uitgeverij Augustus in de reeks De Schrijfbibliotheek. De poëziewebsite van Breukers is te vinden via www.decontrabas.com, zijn weblog Mijn Limburg via http://mijnlimburg.weblog.n1/

download dit artikel

Tags: