Beter dan de rest


Steeds meer boeren in Zuid-Limburg geven de pijp aan Maarten. Dat blijkt uit een recent onderzoek van de Landbouwuniversiteit Wageningen. De Leveroyse boer Ton Meeuwissen (69) heeft een recept om het hoofd boven water houden. „Door streberig te zijn.”

Ik ben geboren op 11 december 1933 in Brachterbeek (Maasbracht, red.) in een
gezin van zeven kinderen. Zes jongens en een meisje. Toos is met Pierre Cnoops getrouwd. Mijn oudste broer is pater geworden in Brazilië. Een andere broer is timmerman geworden, maar die is overleden. Anderen zijn bij Landbouwbelang gaan werken. Na de lagere school ging ik vier jaar naar de landbouwschool in Pey. Het was daar luisteren en doen. Je had er geen fratsen uit te halen. Ik wilde boer worden, net als mijn broer Sef. Die is later gestopt vanwege rugklachten. Ik had allemaal tienen, maar wilde niet doorleren. Na de school heb ik een paar jaar thuis gewerkt. We hadden een gemengd bedrijf. Wat grond en vee en drie paarden. Toen moest ik in militaire dienst, net als mijn broers. We moesten achter elkaar in dienst. Daardoor was mijn vader ons drie keer achttien maanden kwijt. Na dienst ging ik weer thuis werken. Tot mijn 27ste. Toen heb ik in Leveroy een eigen boerderij gepacht, later gekocht. In Maasbracht was het lastiger geworden. De PLEM ging bouwen en moest grond hebben. In Leveroy ben ik in 1962 met tien hectare begonnen, nu zijn het 150 hectare. Mijn zoon Roger zit er nu
op. Mijn dochter werkt bij de Rabobank in Eindhoven.’’

,,Vroeger was het beter verdienen dan nu. Je had een luizenleventje. Je moest wel werken, maar je kon het gemakkelijk af. Ik ben direct begonnen grond bij te kopen. Je verdiende zoveel dat je zonder de bank kon kopen. De grond kostte een gulden de meter. Maar de vruchten (graan, red.) brachten vroeger relatief meer op dan nu. We kregen 35 cent per kilo, nu twintig cent. We beurden voor biggen wel eens 63 euro, nu 22. Dat is ook de reden waarom veel boeren het niet vol kunnen houden. Vroeger werd meer winst gemaakt en waren de lasten lager. Dat is nu precies andersom.’’

,,De lasten zijn toegenomen. Vroeger betaalden we vijf gulden per hectare aan het waterschap, nu 75 gulden. In de zestiger jaren kwam de ruilverkaveling.
Ik kreeg plotseling grond waarvoor ik veel meer waterschapsheffing moest betalen. En die grond lag ook nog drie kilometer van de boerderij af. Je
moest dus wel iedere keer die weg maken om er te komen. En de
grond was ook noBlauwe.

Verder hebben we vierhonderd mestvarkens. We doen alles met zijn tweeën. Zonder vreemd volk. Dan staan ze in Zuid-Limburg met de oren te klapperen

 

Tags: ,