“De clubs lossen problemen zelf wel op”


Nog niet zo lang geleden stond Pastoor Nijhof uit Leveroy zelf op het veld om met de voetballers een balletje te trappen. Foto FER TRAUGOTT

LEVEROY Sommige voetbalclubs hebben ’m nog, de geestelijk adviseur. Maar zijn rol is volgens pastoor Nijhof uit Leveroy allang uitgespeeld. „Ik voel me meer lid van de voetbalclub dan geestelijk adviseur. De verenigingen zijn mans genoeg problemen binnen de club zelf op te lossen.

Een voorbeeld. Bij een uitstapje van voetbalclub Leveroy was alles geregeld. De slaapplaatsen waren netjes  ingedeeld, jongens bij de jongens en meisjes bij de meisjes. Toch was er een knaap die zich ’s avonds Vergiste’ in zijn kamer. Het probleempje werd door de leiding keurig opgelost. Nijhof: „Dat is nou wat ik bedoel. Vroeger zou dat bij uitstek een taak’ voor de geestelijk adviseur zijn geweest. Sterker nog, hij zou kwaad zijn geweest als hij er niet bij betrokken werd.”

Bijna dertig jaar geleden verhuisde Jan Nijhof (68) van Hengelo naar Leveroy. „Als pastoor werd je meteen ook geestelijk adviseur van de voetbalclub.” Maar Nijhof, die in zijn jeugd jarenlang voetbalde bij Blauw Wit Oost in Hengelo, nam zich voor de rol van geestelijk adviseur toch anders te interpreteren dan de geestelijk adviseur van zijn vroegere voetbalclub. „Toen werd alleen gekeken of je ook iedere zondag naar de kerk ging. De geestelijk adviseur had bij de voetbalclub een soort veto-recht. Een wedstrijd op zondagmorgen gepland? Dat ging niet, want dan was de hoogmis. Voetballers met blote knieën? Dat was in strijd met de goede zeden, en dus moesten de broeken langer en de kousen hoger.”
Vergeten

Een voorval uit zijn jeugd zal Nijhof nooit meer vergeten. „Ik raakte bevriend met enkele spelers van de openbare voetbalclub Golto uit Hengelo noord. Toen de geestelijk adviseur van mijn eigen club daar achter kwam, stond hij binnen de kortste keren bij ons thuis op de stoep om vader te spreken. Dat ik bevriend was met jongens die niet katholiek waren, deugde volgens hem van geen kanten. Het was beter dat ik niet meer met die jongens optrok. Ik schaamde me en durfde het mijn vrienden niet te vertellen. Daarom heb ik een briefje gestuurd waarin ik letterlijk schreef dat mijn geloof het verbood om nog langer met hun om te gaan.”

De ’macht’ die de geestelijk adviseur vroeger had, is volgens Nijhof gelukkig voorbij. „Vroeger was de geestelijk adviseur de man die vooral de moraal in de gaten hield. Het mocht zeker niet in strijd met de goede zeden zijn, wat dat ook moge zijn.

Ik denk dat je als geestelijk adviseur veel meer mee kunt werken aan het moreel van de sporter. De teamgeest, het samenspel, het erkennen van verlies. Een sporter mag nooit denken dat na een verloren wedstrijd zijn wereld instort. Dat zijn zaken waarover ik met de spelers praat.” (PAUL CLUITMANS)

Tags: ,