Tjeu Baetsen verveelt zich hier


75 jarige pater wil toch terug naar Namibie

LEVEROY Zesenveertig jaar al is de 75jarige Tjeu Baetsen uit Leveroy missionaris in Namibie. Je zou dus mogen verwachten dat hij, nu hij al enige tijd terug is in zijn geboortedorp, gaat genieten van een welverdiende levensavond. Niets is minder waar. Over ruim een week stapt Tjeu in Frankfurt op het vliegtuig richting Zuid-Afrika. Om zich daar als lid van de congregatie der Oblaten van Maria Onbevlekt Ontvangen weer te voegen bij de Namibiers met wie hij een half mensenleven heeft doorgebracht. „Wat moet ik hier in Nederland? Hier verveel ik me en daar kan ik heel veel mensen nog helpen”, legt hij zijn opmerkelijke beslissing om terug te gaan naar de missie uit. Baetsen reist of naar de stad Dobra op 20 km afstand van de Namibische hoofdstad Windhoek, waar hij vanaf eind 1976 is gestationeerd. In die plaats is het mede door hem gebouwde provincialaat van de congregatie gevestigd. Tot z’n vertrek naar Nederland een paar maanden geleden, bekleedde hij daar de functies van overste en econoom. De laatste functie heeft hij opgegeven. Als pater econoom gaf Tjeu Baetsen lange tijd leiding aan een grote veehouderij met 600 stuks vee. Met de opbrengst financierde de congregatie een school voor de plaatselijke jeugd. Het boerderijwerk vormde slecht een onderdeel van werkzaamheden van de Leveroyse pater. Veel tijd besteedde hij ook aan de zielzorg voor 1500 gevangenen in de plaatselijke gevangenis.

Galg

Tot die zorg behoorde ook de begeleiding van terdoodveroordeelden. In al die jaren heb ik tien mannen naar de galg gebracht”, vertelt hij. „Onvoorstelbaar hoe dapper die mannen tot het laatst toe waren. Tussen de veroordeling en de executie lagen soms meer dan een jaar. Elke zondag ging ik er heen. Tot hun laatste dag. Hun begeleiding viel me. niet gemakkelijk. Hoe moet je zo’n mensen helpen? Met het bidden alleen kom je er niet. Dat is m’n grootste probleem geweest. Ik heb altijd maar op de H. Geest vertrouwd. Hij heeft me geholpen”. Terug in Dobra neemt Baetsen niet alleen de zielzorg voor de gevangenen weer op zich. Hij gaat ook weer aan de slag op de opleidingsschool voor timmerlieden, automonteurs en lassers die pas geleden is gestart. „We zijn met die school begonnen omdat er sinds het onafhankelijk worden van Namibie vorig jaar grote behoefte is aan vaklieden. Er moet ontzettend veel werk worden verzet in dat nog jonge land”.

Tjeu Baetsen begint eigenlijk weer met dezelfde werkzaamheden, waarmee hij in 1948 begon toen hij voor het eerst voet aan wal zette in Namibie. Toen werd hij naar een missiepost Nyangana bij de Diriku-stam gestuurd. „Ik had vrij snel in de gaten dat zieltjes winnen daar geen zin had. De mensen hadden veel meer behoefte aan onderwijs en scholing. Dus ben ik daar scholen en een ziekenhuis gaan bouwen met hulp van de bevolking en twee Duitse broeders”.

In die tijd had de Zuidafrikaanse regering met haar racistische politiek het nog voor het zeggen in Namibie. En dat kon Tjeu Baetsen goed merken.• In het gebied waar ik werkte mochten blanken alleen met een pasje komen. De leerlingen van onze scholen mochten slechts tot een bepaald niveau worden opgeleid. Zo onder het motto: maak ze niet te slim. De Zuidafrikaanse regering hield toen doelbewust tegen dat die mensen zich konden ontwikkelen”. We hebben dat beleid natuurlijk op allerlei manieren omzeild. In plaats van de klassen op vier verschillende niveaus, hadden we uiteindelijk acht verschillende niveaus”. Baetsen is blij dat Namibie een zelfstandig land is geworden en dat de apartheid is afgeschaft. Toch merkt hij nog dagelijks de naweeen van dat systeem. „De mentaliteit van de mensen verandert niet zo snel. De blanken vooral hebben nog een grote invloed”.

Zondag 15 september draagt Tjeu Baetsen om 10 uur de hoogmis op in de St. Barbarakerk in Leveroy. Daarna maakt hij zich op voor de terugreis naar zijn tweede vaderland.

Tags: ,