De schoolstrijd van een Leverovse boer
Bron: limburgsch dagblad 31-10-1985
door jan a.c. de klerk Leerplichtwet stuit op weerzin tegen onderwijs in Limburgs dorp De schoolstrijd van een Leverovse boer
DEN BOSCH – Omdat de rechters in Roermond te weinig oor hebben geleend aan de gewetensnood van Mathieu K. (56) in Leveroy mengde zich woensdag het Gerechtshof in Den Bosch in de privé-schoolstrijd van die Limburgse boer tegen opvattingen over godsdienstonderricht en sexuele voorlichting in de Leveroyse dorpsschool. In die schoolstrijd liep boer K. tegen de leerplichtwet op toen hij zijn vier kinderen van de dorpsschool weghaalde om ze – zonder instemming van het gemeentebestuur van Heythuysen – huisonderwijs te laten geven in het Brabantse Teteringen. Geen school in de verre omtrek bood hem garanties voor een opvoeding van de kinderen naar zijn zin.
De kantonrechter en – in hoger beroep ook de rechtbank – in Roermond veroordeelden hem tot een geldboete van 500 gulden voor de overtreding van de leerplichtwet. In opdracht van de Hoge Raad der Nederlanden moet het Hof in Den Bosch voor de derde maal en met de opdracht meer aandacht aan de gewetensbezwaren van de Leveroyse boerenfamilie te schenken over de misstap oordelen.
„Ik zal aan God rekenschap moeten geven over de opvoeding van mijn kinderen en niet aan u”, verdedigde Mathieu K. zijn standpunt tegenover president mr. R. Pijls en de twee raadsheren van het Gerechtshof. Even eerder had een felle medestander in de schoolstrijd – kleermaker Christian Lemmens (58) uit Terheyden onverzettelijk te kennen gegeven:
„Wij luisteren eerst naar God en dan pas naar de mensen.”
De Haagse advocaat mr. L. van Heyningen hield het op wat profaner argumenten om de Limburger ongestraft te laten voor de leerplicht-zonde. Die vond hij in de mensenrechtelijke bepalingen .van de verdragen van Rome en New Vork. „Niemand zal het recht op onderwijs ontzegd mogen worden”, citeerde hij eruit en legde uit dat daarmee bedoeld wordt dat de staat bij het onderwijsbeleid godsdienst en overtuiging van de ouders moet eerbiedigen.
De richting waarin het onderwijs en de vorming van de kinderen werd gestuurd was al lang een doorn in de ogen van boer K. en zijn Franse vrouw Anne-Marie (46).
Toen in maart 1982 dochtertje Karin van 11 en haar zusje Liesbeth van 10 niet meer op konden tegen het schaamtegevoel bij het gezamelijk douchen na de gymlessen, maakte Mathieu K. er resoluut een eind aan. Hij haalde de twee van school en al de andere dag werden ze in Teteringen door gekwalificeerde onderwijzers en leraren bij pleegouders thuis meer in overeenstemming: met strenge Rooms-Katholieke opvattingen onderwezen.
Voor het Hof kwamen getuigen woensdag hoog opgeven over de resultaten die bij dat onderwijs worden geboekt. Een aantal gezinnen uit heel wat gemeenten heeft van hun lokale overheden daarvoor ontheffing van de leerplichtwet gekregen. Alleen de gemeente Heythuysen weigert dat al drie jaar te doen. Voor de eerste weigering ziet mr. L. van Heijningen nog wel een formele grond. Voor de weigeringen in de jaren 1983, 1984 en 1985 biedt de wet geen houvast.
Even zag het er woensdag naai uit dat het met tegenzin naakt douchen de belangrijkste griel van de boer en zijn kinderen was.
Dat werd lang en diepgaand uitgespit.
Mr. van Heijningen bracht daarover in het midden dat geen onderwijzer in Leveroy het zou wagen het op grond van Koran-voorschriften gedragen hoofddoekje van een Marokkaans meisje te verbieden maar wel een Limburgs meisje dat geestelijk erg te lijden heeft van schaamtegevoel verplicht in het bijzijn van anderen toch haar broekje uit te trekken.
Mathieu K. stuurde zelf bij in de richting van zijn meer fundamentele bezwaren tegen het onderwijs in Leveroy.
Hoofdonderwijzer Kwaspen van de St. Barbaraschool had nooit wat gemerkt van de bezwaren en de weerzin van de meisjes tegen het plassen en plonzen na de wekelijkse gymles. De huishoudhulp van de familie K. daarentegen zag de kinderen ziek van ellende door die wekelijkse douchepartij worden.
Omdat hij de formele overtreding toch gestraft wilde zien. vroeg Procureur-Generaal mr. van Mierlo het Hof vader Mathieu K. toch te straffen. Maar hij wil de geldstraf van 500 gulden – waarvan de helft voorwaardelijk
– die in Roermond is opgelegd gereduceerd zien tot een boete van 50 gulden met ook de helft daarvan nog voorwaardelijk. „Ik ben niet overtuigd van het verweer van de geestelijke kwelling voor de kinderen door het onderricht in de school van Leveroy”‘ zei hij.
Het gemeentebestuur van Heythuysen kreeg van mr. van Heyningen een veeg uit de pan. „De enige gemeente die een ontheffing weigert om een onhoudbaar standpunt toch een schijn van werkelijkheid te geven”, oordeelde hij. Hij vindt dat het in die midden-Limburgse gemeente schort aan tolerantie die in het onderwijs ruimte aan elke opvatting moet bieden. Mr. van Heyningen vroeg een oud vonnis van de Bredase kantonrechter te volgen waarbij in een soortgelijke zaak het schuldig werd gesproken zonder daarvoor straf op te leggen. Straffeloosheid die ook op overmacht kan bogen omdat de boer in Leveroy geen weerstand heeft kunnen bieden aan het volgen van zijn overtuiging waarbij een overtreding van de wet onvermijdelijk was.
Het Gerechtshof zal daar op woensdag 13 november over oordelen.