een ode aan MGR. Moors.

Enkele bladzijden terug in dit boek, vertelde ik dat oud-bisschop Moors van Roermond, nog kort voor zijn dood de H. Mis opdroeg in Leveroy b.g.v. het 40-jarig huwelijksfeest van het echtpaar Ament-Creemers. Ik heb van die gebeurtenis (aug. 1980) nu pas de foto gekregen. Maar tezelfdertijd heeft Pater Jan Peters een mooi artikel over Mgr. Moors geschreven in ’t tijdschrift “Tegenwoordig” van nov.dec. 1980. Dat volgt hieronder eerst.


Als je het wensenpakket van kerkmensen met betrekking tot de pastor op een rijtje zou zetten dan zou daaruit in plaats van een herder een schaap met méér dan vijf poten komen. Van mij is het in ieder geval te veel gevraagd om in plaats van een herder een schaap met méér dan vijf poten te worden. In mijn praktijk blijf ik gewoon mezelf: dat is mijn levenshouding. Ik zie dan wel wèt ze aan mij hebben. Ik merk heel goed dat dit tot mijn levenshouding behoort en wel zozeer dat ik iemand anders zou worden als ik niet meer pastor zou willen of kunnen zijn.

Ik ben in mijn zestigste en het zou dwaas zijn te veronderstellen dat de jongeren bijv. nog veel aan mij zouden hebben. Natuurlijk ben ik bezorgd om die jonge
mensen die o.a. aangewezen zijn op ons om toekomst te vinden voor hun leven. Ik zie dat ik als pastor ze in ieder geval moet bewaren voor verveling. Vervelen is letterlijk: te veel worden. Tot je levenshouding behoort het iedereen het gevoel te geven dat hij/zij erbij hoort, ook degenen die zich teveel voelen. De jongeren vormen natuurlijk een van de meest intrigerende tekenen van deze tijd die je moet proberen te verstaan. De jongeren vormen een teken dat voor een oudere pastor moeilijk uit te spreken is en lastig te verstaan. Maar als pastor kun je ook voor je levenshouding leren van hen.

Natuurlijk wordt je levenshouding niet alleen gevormd door de jongeren of de trouwe kerkmensen. Je levenshouding wordt ook gevormd door de pastores met wie je omgaat. Ik heb het geluk gehad in mijn leven de vroegere bisschop van Roermond, Mgr. P. Moors te kennen. Ik heb hem juist leren kennen als pastor in Geysteren waar ik enkele maanden met hem samenwoonde. Van hem heb ik zeker, aanvullend, het een en ander geleerd met betrekking tot levenshouding. Ik probeer dat in enkele punten samen te vatten omdat die twee aspecten van levenshouding die ik van hem leerde aansluiten bij mijn houding tegenover het wensenpakket voor een pastor en dus mijn levensgeluk: jezelf blijven en het betrekkelijke van je werk inzien.

Wat mij vanaf het begin in Geysteren bij Mgr. Moors opviel was het feit dat deze man ook autoriteit had nadat hij zijn bis-schoDDeliike functie had opgegeven. Hij had zelfs een groeiend gezag maar het was geen gezag dat hij ontleende aan zijn vroegere functie of aan uiterlijke hoogwaardigheidstekenen. Het was gezag dat hij had opgebouwd door zijn manier van zijn.

In deze context is het typerend dat niemand in Geysteren hem monseigneur  noemde. Hij wilde dit niet. Maar hij had dat ook niet nodig juist omdat zijn gezag natuurlijk gegroeid was. Hij wilde gewoon pastoor zijn in deze kleine gemeenschap. Hij had geen “macht” nodig om gezag te hebben. Ook toen het paars er niet meer was bleef toch de glans van zijn Persoonlijkheid. Hij claimde ook nooit Ren voorrecht — al had hij dat gekund -;omdat hij bisschop van Roermond was geweest.

Een tweede karakteristiek die me steeds meer is gaan boeien is het feit dat hij zich nooit voor het karretje van wie dan ook liet spannen. Met fijne humor liet hij dan bij ken dat hij dergelijke manoeuvres doorhad. Voor wie oren had om te horen was het duidelijk dat hij zich niet liet gebruiken om aan een bepaalde richting meer kracht te geven. Bij hem was dat geen diplomatieke voorzichtigheid maar een evenwichtig gevoel voor werkelijke democratie die wars was van welk protectionisme dan ook. Een beweging moest zijn kracht maar ontlenen aan wat zij zelf waard was, vond hij. Moors was Moors en hij voelde zich het meest geëerd wanneer neer men daaraan ook genoeg had. Hij was in dit opzicht een werkelijk vrij mens die ook anderen durfde vrij te maken. En hij was die verworven vrijheid dubbel waard. Hier en daar hebben enkele dodenherdenkers gemeend te moeten suggereren dat hij als bisschop was mislukt en pas slaagde als pastoor in een kleine gemeenschap. Hoe zou hij tegen dergelijke ongenuanceerde beweringen hebben geprotesteerd. Minstens zou hij hebben gevraagd dergelijke beweringen met deugdelijke argumenten te onderbouwen. Zelden heb ik een mens ontmoet die zo clean met feiten kon omgaan en ze in hun samenhang plaatsen zodat je iets kon zien van continuïteit.

Het is natuurlijk te vroeg om nu reeds het beleid van zijn bestuursperiode evenwichtig te waarderen. Overigens heeft hij het de latere historicus die hierover zal moeten oordelen wel gemakkelijk gemaakt door alle feiten te boekstaven zonder zijn eigen leed of vreugde daarin te projecteren. Wél is het nu de tijd om het gemis te voelen van iemand in wie de visie en de theologie van het tweede Vaticaans Concilie “Gods Volk onderweg” zo geheel was mens geworden. Het tekent Petrus Moors dat deelnemers aan het tweede Vaticaans Concilie zonder een zweem van naijver toegeven dat niemand van| de Concilie-deelnemers zich de stukken van Vaticanum II en de daarin verpakte passie voor een aggiornamento van de kerk zo diep had eigen gemaakt.

De ring die alle Concilie-deelnemers bij de sluiting van Vaticanum II van de. Paus cadeau kregen was het enig ornament dat hij nooit aflegde; ook niet als hij bezig was met die zo aardse hobbie: de tuin. Maar hoe veranderde die tuin onder zijn hand in een paradijs. Daar althans was nog plaats voor lente. Hij ging er zo diep in op dat sommigen, als ze hem zo bezig zagen, meenden alleen maar een tuinman te zien (vgl. Joh. 20, 15). Moet je geloof hebben om in hem méér dan alleen maar een tuinman te zien? In ieder geval, wanneer je ineens weer zijn heldere stem hoorde wist je dat hij méér was dan een tuinman. Maar gelukkig kan ik althans die stem nog horen op een bandje als de winter te bar wordt en de lucht te paars. Een geloof dat een mens als Petrus Moors heeft gevormd zal niet tevergeefs uitzien naar een nieuwe lente.

Wat ik tenslotte ook van hem én van de jongeren heb geleerd als behorend tot de levenshouding van een pastor is geduld. Ik heb dat ooit voor mezelf opgeschreven gedurende een groepsbijeenkomst met jongeren. Het was de inbreng van een van hen in een groepsgesprek. Het luidde ongeveer als volgt:

Ik ben uitgegaan, Heer.
Buiten gingen de mensen.
Zij gingen, zij kwamen, zij holden.
De fietsen hadden haast.
De vrachtauto’s hadden haast.
De hele wereld had haast.
Zij holden om geen tijd te verliezen.
Zij joegen achter de tijd aan om de tijd in te halen om tijd te winnen.
Toen zij de tijd hadden ingehaald hijgden zij en hadden geen woord
om een gesprek te beginnen.

Jan Peters OCD

Persoonlijk heb ik altijd grote bewondering gehad voor Mgr. Moors. Een wijs en bescheiden man van grote eruditie. Hij was bisschop in een tijd dat ’t erg moeilijk was in de kerk. Maar hij wist daar moedig, mannelijk en gelovig doorheen te komen. En hij bleef aandacht houden voor de kleine, lieve dingen in zijn Limburgs land.

Mgr. Petrus Moors, enkele weken vóór zijn dood in onze parochiekerk, tijdens de predikatie. Ietwat vermagerd maar met nog een felle, duidelijke en heldere stem.

Heer, neem hem op in Uw nabijheid; en laat zijn liefde, zijn werk, zijn trouw, zijn inzet, zijn hartelijke woorden en zijn wijsheid nimmer verloren gaan.

Tags: ,