Gehuwde priester
A. Lansman Amsterdam
Gehuwde priesters
De leek in de kerk…. een lachertje! Ja, om ’s zondags de collecteschaal te hanteren en het epistel te mogen voorlezen, en ook goed bruikbaar voor het onbeduidende erebaantje van kerkmeester, maar verder…. nothing! Zoals de sergeant tegen de recru-ten zei: „Jullie hoeven niet te denken, dat doe ik wel voor jullie”.
Duidelijk wordt dit weer gedemonstreerd door de onbegrijpelijke agitatie rondom de kwestie van de gehuwde priester. Gehuwden. echtgenoten en ouders, vaak met rijke levenservaring, zo goed op de hoogte met allerlei moeilijkheden en dan niet van „horen zeggen” of „uit de boeken”, maar door het geknok met het leven-zelf, mensen van onverdacht katholieke signatuur, erudiet, óók met „mr” of ,,dr” voor hun naam, die de afglijdende ontwikkeling met bezorgdheid gadeslaan, vragen met nadruk, zonder ook maar iets af te dingen op de waarde van het vrijwillig aanvaarde celibaat: Geef ons ook goede, gehuwde priesters. Niet omdat anders de zaak failliet dreigt te gaan, want dat is geen argument, hoewel het gevaar levensgroot aanwezig is (kardinaal Alfrink: „beter gehuwde priesters, dan géén”) doch vooral, omdat die niet alleen hun maar ook onze taal spreken, omdat die de zaak niet uitsluitend vanaf de hoogte — het priesterkoor — bekijken, maar vooral ook vanuit de diepte, de banken der beminde gelovigen. Naar mijn stellige overtuiging zou daardoor het prestige van de priester, dat heus wel wat opgekrikt mag worden, enorm winnen en zou hij ook vaker meer serieus worden genomen.
Wat „de vrouw in het ambt” betreft: het lijkt me volstrekt irreëel die zaak thans aan te kaarten en ook weinig tactisch. De monseignori Klompé en Gijsen aan één tafel…. dan zal er nog heel wat wijwater door de Tiber moeten stromen!
P. A. J. van Dijk Rotterdam
Rare wezens
Wat zijn katholieken toch rare wezens!
Hoe is het mogelijk dat een vertegenwoordiging van de Nederlandse katholieken zich zo’n verhaal als dat van kardinaal Wille-brands naar aanleiding van de verklaring over het celibaat moet laten welgevallen. Eigenlijk wordt iedere katholiek die een beetje volwassen denkt in de hoek gezet. Ik geloof dat wij katholieken veel te veel geremd worden om de dingen gewoon bij de naam te noemen, open regels met elkaar af te spreken’. Er is nog altijd iets goed mis
met de gezagsverhoudingen in de katholieke kerk. Gezagsdragers worden ontmenselijkt naarmate zij hoger stijgen op de hiërarchische ladder.
Ik geloof dat de grondfout al ligt in het feit dat Jezus Christus zelf te veel tot sacrale figuur is gemaakt, dus wel heel erg ontmenselijkt. Jezus kan toch niet anders geweest zijn dan iemand met wie een gewoon gesprek, discussie en dialoog mogelijk was, die tegenspraak duldde en nodig had, die onder kritiek kon staan. Hij moet een teamleider zijn geweest met grote charismatische gaven ongetwijfeld, maar toch ook aangewezen op de inbreng van anderen om eigen beperktheden aan te vullen en te corrigeren. Hij is al in het Nieuwe Testament in belangrijke mate ontmenselijkt en bovenmate gesacraliseerd.
In de kern kan zo eigenlijk geen mens meer op religieus terrein zijn volwassenheid beleven, de geestelijke onvolwassenheid werd tot deugd verheven. Pausen en bisschoppen en priesters (hoewel gelukkig velen nu met de nodige aarzeling) hebben een groot stuk meegepakt van die onaantastbaarheid.
Blijkbaar voelen nogal wat katholieken zich wél bij zo’n situatie. Het niet hoeven meedenken, alles aangereikt krijgen, de religieuze sector in het leven door „vaklieden” verzorgd te weten is overzichtelijk en biedt voor de gemakzuchtigen vele voordelen. Maar degenen die dat beneden de maat vinden en hun geestelijke volwassenheid ook in het godsdienstige willen inbrengen zijn In de aap gelogeerd.
Resultaat: steeds meer desinteresse en zich afkeren van het kerkelijke bedrijf. Geen wonder!
H. van Beers Heerlen
opmerking nijhof; Nog eens: in 1978 verschijnen er vaak ingezonden stukken in de kranten m.b.t. de kerk, ’t geloof, de godsdienst. Naar aanleiding van het afwijzen door Kardinaal Willebrands van een vraag tijdens het Landeklijk Pastoraal Concilie eens weer te gaan praten in Rome over de gehuwde priester, stonden de kranten vol. Dit stuk is uit “de Tijd”van november 1978. Ik sta geheel achter beide ingezonden artikelen.