De Volharding


Deze oude molen heeft heel lang gestaan aan de Heerbaan te Leveroy. In de oorlog 40-45 verwoest ! Familie van Drenters zijn er eigenaar van geweest; een zekere fam. Nijs. Ook Lins Vossen heeft er gemaald.

Bron: https://www.molendatabase.org/molendb.php?step=details&nummer=952

type: Beltmolen (lokaal: Bergmolen)

Geschiedenis In 1837 had Hubert Hermans die molenaar te Ell was plannen om in Leveroy toen nog een buurtschap een windmolen te bouwen. De plannen werden echter niet uitgevoerd. Het duurde tot 1852 voordat de windmolen op het kerkveld werd gebouwd in opdracht van de landbouwer Pieter Jozef Craenen.
Craenen kreeg toestemming om de windmolen als koren-, schors-, pel,- en oliemolen in te richten. Indien de molen als zodanig werd uitgevoerd, dan kreeg hij als windmolen een multifunctioneel karakter. Zoals wel vaker voorkwam, werd de aanvraag ruimer gesteld dan als regel werd uitgevoerd. Op de steenzolder zouden dan drie koppel stenen hebben gelegen, de oliemolen werd onder in de windmolen op de begane grond geplaatst. Nederweert had in die tijd vier looierijen, waaraan de looi of run het gemalen eikenschors, kon worden afgezet.

Omstreeks 1890 was de molen alleen voor het malen van graan ingericht. Als hulpkracht was in 1880 een stoommachine van 6 pk met een maalstoel geplaatst. De stoommachine werd kort na de eeuwwisseling vervangen door een sterkere benzinemotor. Tot in de jaren dertig werd het bedrijf nog stoom-windgraanmolen De Volharding genoemd.
Pieter Jozef Craenen werd als eigenaar opgevolgd door zijn zoon Jan, die reeds een aantal jaren op de molen stond.

In 1887 liet jan Craenen de molen met het huis, bouwland, tuin, heide en weiland openbaar verkopen. Mathijs Kessels, landbouwer in Heythuysen was de hoogst biedende en werd de nieuwe eigenaar. Tijdens een februari-storm in 1900 verloor de molen het houten gevlucht, dat uit borstroeden bestond. De molen werd hersteld en kreeg een gebruikte gietijzeren as en twee Potroeden.

In 1921 werd Henri of Renier Henri Hubert Nijs eigenaar van de molen. Hij breidde het bedrijf uit, liet een pakhuis bouwen en liet op de binnenroede zelfzwichting aanbrengen. Henri Nijs verkocht de windmolen met aanhorigheden in 1926 aan Laurentius Henricus Vossen en vertrok naar de Hammermolen in Neer (dbnr. 1 256), waarvan hij eigenaar was geworden.

In 1938 liet Lins Vossen, zoals hij werd genoemd, door de molenmaker Hub. Adriaens uit Weert, Van Bussel-stroomlijnwieken aanbrengen, waarbij de zelfzwichting gehandhaafd bleef. In de windmolen werd bij dezelfde gelegenheid een verticale mengmachine voor het samenstellen van varkens- en kippenvoer gehangen, die met een riem door de koning werd aangedreven. Een paar jaar eerder had Vossen een nieuwe Thomassen-dieselmotor gekocht als vervanging van de ruwoliemotor, die in het pakhuis de maalstoel aandreef.

Op 11 november 1944 werd de molen door de Duitsers opgeblazen.
Het maalbedrijf werd na de bevrijding tot in het begin van de jaren vijftig met de Thomassenmotor voortgezet. In 1959 kocht de jongste zoon Pierre de windmolen van Borkel en Schaft bij Valkenswaard (N.B.) Het maalbedrijf in Leveroy hield toen op te bestaan.