ONTZETTEND AUTO-ONGEVAL TE NEDERWEERT.
– AUTO IN DE ZUID•WILLEMS-VAART GEREDEN PASTOOR DE FAUWE, RECTOR WEVERS EN DE HEER KESSELS VERDRONKEN.
Een zware slag voor de boerenorganisatie.
Een der inzittenden gered.
Woensdagmiddag tusschen kwart over vijf en half zes is nabij de Hoogbrug over de Zuid-Willemsvaart te Nederweert een verschrikkelijk auto telt geval gebeurd, waarbij drie personen .om het leven zijn gekomen. Een auto, bestuurd door rector Wevers, geestelijk leider der Jonge Boeren en Boerinnen in Limburg, reed vlak voor de brug in het kanaal. In de auto waren, behalve rector Wevers gezeten de Z.E. heer P. J. de Fauwe, pastoor te Leveroy, de heer P. J. Kessels, lid van Provinciale Staten in Limburg, uit Heythuysen, en de heer G. Derks, landbouwer en gemeenteraadslid, eveneens te Heythuysen. Alle vier geraakten te water. Rector Wevers, pastoor de Fauwe en de heer Kessels verdronken. Alleen de heer G. Derks is als door een wonder aan den dood ontsnapt. Het gebeurde heeft groote verslagenheid verwekt in de geheele streek en niet het minst in de plaats der inwoning der slachtoffers.
Op het eerste gerucht van het tragisch ongeval hebben we ons per auto naar Nederweert gespoed. Bij de nadering van de Hoogbrug over de ZuidWillernsvaart zagen we in het schijnsel der lampen honderden menschen op de brug staan, die nog zeer onder den indruk het droevig ongeval bespraken en naar het donkere water der vaart tuurden. Een ronde roode lichtvlek lag op het oppervlak. Het was het licht der nog steeds brandende lampen van de verongelukte auto, die in het circa drie meter diepe water lag. Juist toen wij uitstapten voer een schipper, die toevallig met zijn:zwaar geladen boot passeerde over de plaats van het onheil, echter zonder de auto te raken.
Verhaal van den geredde.
In het even terzijde van de brug gelegen café van Loon zochten we den heer W. Derks, uit Heythuysen op, de eenige geredde, die daar naar binnen was gebracht en warm onder de wol was gestopt om op verhaal te komen van de doorgestane emoties en de douche in het ijskoude water. Familieleden stonden rond zijn bed en waren blij met zijn redding, ofschoon een wel donkere schaduw deze vreugde temperde. We feliciteerden den heer D. met zijn ontsnapping aan den dood. Welwillend als altijd vertelde de heer Derks ons wat hij in deze paar benauwende seconden doorleefd had. Ze kwamen van de kringvergadering der Jonge Boeren te Weert, waar zoowel rector Wevers, als pastoor de Fauwe en de heer Kessels het woord hadden gevoerd. Rector Wevers had o.a. de Jonge Boeren er op gewezen, dat het van tijd tot tijd noodig was de remmen aan te zetten en zich te beheerschen. Hij gebruikte daarbij het voorbeeld van een goed chauffeur, die zorgt, dat zijn remmen in orde zijn en op tijd en goed functioneeren. Hij zelf als chauffeur moest dat ook vaak doen, temeer merkte de rector lachend thans nu ik zoo’n kostbaren last mee voer. Hij doelde daarbij op pastoor de Fauwe en de andere heeren. Na afloop der vergadering reed rector Wevers, die aan het stuur van de tweedeursche auto zat, met een kalm gangetje naar Nederweert. Hij moest nog naar Blerick en zou onderweg te Leveroy en Heythuysen zijn medereizigers afzetten. Rechts naast den rector zat pastoor de Fauwe, links achterin de heer Kessels en rechts achter de heer Derks. Zoo naderden we de brug te Nederweert. ,,Kijk daar heb je de brug waar we over heen moeten,” zeide de rector. Daar moeten we draaien. ,,Toe maar,” zei pastoor de Fauwe, „ik zie er niets van” en hij veegde eens over de beslagen voorruit. Juist naderde uit de richting Someren een andere auto, die voor hen de brug over reed. „Die maar achterna,” zeide een der inzittenden. Plotseling voelde daarop de heer Derks een schok. De rector had te vroeg de bocht genomen en reed de steile helling ter plaatse af een meter of vijf de diepte in. Juist daar waar hij den weg verliet is een betonnen blok in den weg uitgelater. een z.g. tankval zooals we die ook bij de bruggenhoofden te Roermond hebben.
Een fatale vergissing?
Vermoedelijk heeft rector Wevers dezen in de lampen vochtig glimmenden vloer aangezien voor den oprit naar de brug en is toen pardoes nam beneden de helling afgestort. Daarop voelde de heer D. een tweeden sterken schok. Dat moet het moment geweest zijn waarop de auto op het twee à drie meter kleine platform voor den waterkant aankwam. Het volgend oogenblik stortte de auto met den kop vooruit het zwarte Water in. „De deur open!”, was het laatste wat de heer. Kessels toen luide riep. D. zag, op dit moment de brug boven zich en besefte wat er ging gebeuren en het nabije doodsgevaar flitste door zijn brein.