Driesser, Maria
JEZUS † MARIA † JOSEPH.
Bid voor de ziel van zaliger Mejuffrouw
MARIA DRIESSER
die, geboren te LEVEROY, den 30 September 1854, aldaar voorzien met de laatste H. 1-1. Sacramenten der stervenden, in den Heere ontslapen is den 13 Juli 1913.
Van hare teederste jeugd af had zij reeds geleerd God te vreezen en zich van alle kwaad te onthouden (tob. I.10) zoo volhardde zij ook later in een goed leven en stichtelijken omgang. (Prov. XXII.) Voorbeeldig lid der Derde Orde, volgde zij getrouw hare voorschriften, en was gelukkig hare absolutie in stervensgevaar te ontvangen. Zij opende de hand voor den noodlijdende, en hield ze tot den arme uitgestrekt. (Sp. XXXI. 20.)
Groot was hare devotie tot Maria, hare hemelsche moeder, en tot het allerheiligste Hart van Jezus, met recht kon zij ook zeggen : ik heb de schoonheid van uw huis, o Heer, bemind en de woonplaats uwer heerlijkheid. (Ps. 25-8.) Vol van geloof en overgeving aan Gods heiligen Wil heeft zij het smartelijk lijden met ’t grootste christelijk geduld verdragen, hopende zoodoende haren goddelijken Zalig-maker eenigszins na te volgen op zijn lijdens-weg op aarde; om zoo hem ook te mogen volgen naar den hemel. Innig geliefde bloedverwanten en bekenden, *bidt intusschen voor mijne ziel : viel ’t hard u te verlaten, wij hopen elkander weer te zien in den hemel. Jezus, zachtmoedig en ootmoedig van Harte, maakt mijn hart gelijk aan ’t uwe. (300 d. afl.) R. I. P.

