1859 arrest hooge Raad


Categories :
Tags:

google books

gevonden in google-books blz 126

Arrest van den Hoogen Raad van den 12 Mei 1859 «De Hooge Raad der Nederlanden »()p het beroep van den Officier van justitie bij de Arrondissements regtbank te Roermond requirant van cassatie tegen een vonnis van gemelde Regtbank regt doende in burgerlijke zaken, van den 21 Octo ber 1858, waarbij F. J. H. E. C., oud 40 jaren, Notaris geboren te Beegden wonende te Roermond 126 van alle regtsvervolging is onslagen, ter zake van het hem bij dagvaarding te laste gelegdè feit, van in eene akte van overdragt van onroerende en roerende goederen Voor hem als Notaris op den September jl. verleden, slechts te hebben vermeld dat de o‚verdragt geschiedt onder anderen door M. L. huisvrouw van F. R. landbouweres te Leveroij, zonder daarbij te voegen in welke gemeente die persoon woonachtig is;

Gehoord het verslag van den Raadsheer DE VOS; „Gelet op het middel van Cassatie, door den re quirant voorgesteld bij memorie, bestaande in schen ding en mitsdien verkeerde toepassing van art. 26 der wet van den J‘ulij 1842 op het Notaris‘anibt (Staatsblad n°. 20), doordien de Regtbank geoordeeld heeft, dat door dit artikel niet vereisuht wordt, dat ten aanzien der voor eenen Notaris verschijnende partijen melding gemaakt wordt van de gemeente harer inwoning, maar alleen van bare Woonplaats, die eVenzeer gevestigd kan zijn in een dorp, welks naam de gemeente draagt, als in een gehucht ,- daarvan deel makende; Gehoord den Advokaat generaal GBEGORY; na mens den Procureur generaal, in zijne conclusien, strekkende tot verwerping van het ingestelde beroep; de kosten te dragen door den Staat; „Overwegende, dat het aan den gereq’ui’reerde te laste gelegde en als bewezen aangenomen feit, niet daarin bestaat dat hij zou hebben nagelaten inde bewi1ste voor hem als Notaris verledene akte de woonplaats van den verschenen persoon te vermelden maar alleen dat hij die woonplaats heeft aangeduid door de be naming van het dorp of gehucht, en niet door die der gemeente waaronder die plaats zoude behooren; „Overwegende, dat bij art. 26 der wet van den Juli] 1842 op het Notaris-ambt (Staatsblad n”. 20), 127 wel is bepaald dat de akten moeten inhouden de Woonplaats van ieder der verschijnende personen, doch dat daarbij geenszins is voorgeschreven dat de woonplaats nog verder moet worden aangewezen door vermelding van den naam der gemeente waaronder dezelve gelegen is; Overwegende dat mitsdien het aangevoerde middel van cassatie is ongegrorìd; Verwerpt het tegen bovengemeld vonnis ingestelde beroep; de kosten te dragen door den Staat.

Screen Shot 01 12 16 at 01.29 PM